POPBUURT
Den Haag geldt als popstad nummer één van Nederland en sinds een aantal jaren wil de gemeente dat ook in het straatbeeld tonen. Als Bomenbuurt mogen we niet achterblijven, maar welke popster uit de Sixties heeft nu in onze buurt gewoond?

Bojoura! Voluit Rajna Gerardina Bojoura Cleuver-van Melzen maakt furore als folk- en popzangeres en als tv-presentatrice. Zij groeit op in de Thomsonlaan, waar haar moeder zangles geeft, aan onder meer George Kooymans van de Earring. Die vraagt dochterlief of ze kan zingen, en dat kan ze. ‘Everybody’s Day’, geschreven door Kooymans en zijn maatje Gerritsen, wordt haar eerste hit in 1967. Hoogste notering: 18 op de Top 40, de wekelijkse lijst waar de popliefhebber iedere week reikhalzend naar uitkeek. Een jaar later scoort ze haar grootste succes, ‘Frank Mills’, een liedje uit de musical Hair (nummer 8 in de Top 40).

Er gaat het verhaal dat Paul McCartney overwogen heeft om haar een song te gunnen, maar uiteindelijk koos hij voor Mary Hopkins. Moet je voorstellen: als Bojoura ‘Goodbye’ van de Beatle had gekregen, zou zij wereldberoemd zijn geweest. Dan hadden wij ergens op de Thomsonlaan kunnen kalken: ‘Please don’t wake me up too late. Tomorrow comes and I will not be late.’ Het mag niet zo zijn.

Niettemin was Bojoura een aantal jaren een bekende Nederlandse, niet in de laatste plaats omdat zij zo’n typisch mooi minirokmeisje was. Nu ik erover nadenk: laten we een reuzenfoto van haar plaatsen. Met daaronder een regel uit de songtekst van de Règahs – bandleider Johan Frauenfelder woonde tot voor kort ook op de Thomsonlaan: ‘De allermauiste van de heile wède wereld zèn de mèsjes ùit De Haag.’

Uit de vaste column in wijkblad De Boomgaard, december 2025

BALLEN OP MUSEUMPLEIN
In 2025 wordt het nieuw-ingericht Museumplein opgeleverd. De legendarische basketbalveldjes keren terug. Zeventig jaar geleden waren ze de allereerste van Nederland; alle grote Amsterdamse basketballers hebben er gespeeld.

Vraag Karel Vrolijk, voormalig basketbal-international en voormalig uitbater van café La Bastille naar zijn favoriete plek in Amsterdam en hij zegt zonder twijfel: ‘Het Museumplein’. Hier bracht hij jarenlang vele uren door met zijn vrienden, hier leerde hij basketballen.

Er zijn meer Amsterdammers die goede herinneringen aan het plein hebben. Sommigen, zoals internationals Milko Lieverst, Mario Bennes, Martin Esajas en Henk Pieterse, zijn bekend in nationale basketbalkringen. De namen van Larry Jackson of Bart Bruinenberg brengen waarschijnlijk alleen bij lokale pleinballers een glimlach om de mond.

Het hele artikel staat in Ons Amsterdam, een gedeelte is te vinden op de website van dat magazine.

Ons Amsterdam, januari 2025

LOUIS FLES
De mooie, antieke typmachine kocht ik vijf jaar geleden in een kringloopwinkel. Hij trok mijn aandacht vanwege het opschrift: L. Fles & Co. Ik herkende dat als een Joodse naam en vermoedde dat er een tragisch verhaal achter zat. Mijn vermoeden bleek juist.

De importeur van de Adler-typmachine heette Louis (eigenlijk Levie) Fles en was in vele opzichten een bijzonder man. Afkomstig uit een arm milieu had hij zich geheel zelfstandig opgewerkt tot een succesvol zakenman, die meerdere kantoorwinkels in Nederland bezat. Daarnaast was hij actief als polemisch publicist. Hij trok vooral ten strijde tegen godsdienst, volgens hem de bron van alle kwaad.

In 1933 maakte hij zich grote zorgen over wat er zich in Duitsland afspeelde en schreef met vooruitziende blik de brochure Hitler. Hervormer of misdadiger? Drie jaar later werd de zakenman medeorganisator en waarschijnlijk -financier van de tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur in Amsterdam. Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen. Op 24 mei 1940 maakte hij een einde aan zijn bestaan door gif in te nemen.

De typmachine van L. Fles & Co staat niet meer bij mij thuis, maar maakt inmiddels deel uit van de vaste tentoonstelling in het onlangs geopende Holocaustmuseum in Amsterdam. ‘Opdat we niet vergeten’ zou ik er gezwollen aan kunnen toevoegen, of ‘nooit meer oorlog’, maar ik weet beter. We vergeten, en oorlogen woeden er nog steeds.

Uit column Louis Fles in Zorg+Welzijn, april 2024

MI KONDRE TRU
‘Mi kondre tru mi lobi yu’ zong Herman op zondag 25 november gewoon mee in een dienst ter herdenking van de onafhankelijkheid van Suriname. Al bleek in de kerk duidelijk dat de onafhankelijkheid niet heeft gebracht wat velen hoopten. Gemengde gevoelens derhalve op Srefidensi Dey.

Vandaar ‘God zij met ons Suriname’ als kop boven dit verhaal, een van meerdere artikelen die hij mocht schrijven in opdracht van Haags Verhaal voor het boek Zo herdenkt Den Haag dat in juli verscheen. Andere verhalen gaan bijvoorbeeld over het herdenken bij Javaanse Surinamers, Indonesiërs, Papoea’s en de Indische gemeenschap.

Zo herdenkt Den Haag. Stilstaan bij het koloniaal en slavernijverleden, juli 2023

MOBIELTJE
Er is al ontzettend veel bekend over de nadelige gevolgen van ‘onze’ verslaving aan de mobiele telefoon. Het altijd maar ‘aan’ staan, leidt onder meer tot stress, slapeloosheid, RSI en andere gezondheidsklachten. Alle reden om ‘m geregeld minder te raadplegen, bijvoorbeeld als je met de kinderen naar de speeltuin gaat. Beter voor de ouders. En is beter voor de kinderen.

We weten al dat er jonge kinderen zijn die de mobiele telefoon regelmatig in de handen gedrukt krijgen – zijn ze lekker rustig –, die als gevolg daarvan kampen met nekklachten en problemen met het zicht. En dat niet alleen, de Volkskrant schreef onlangs: Hoe meer tijd jonge kinderen met een scherm doorbrengen, hoe schadelijker dat is voor hun ontwikkeling.’

Dat voorvoelde deze opa allang. Als ervaringsdeskundige – ook kind geweest – besef ik hoe belangrijk aandacht van de ouders is, en een ieder met een beetje gezond verstand begrijpt dat het niet goed kan zijn om kinderen vanaf de geboorte te leren dat het belangrijkste in het leven de mobiele telefoon is.

Column in Zorg en Welzijn, juni 2022.

BINNENKIJKEN
Vier jaar lang hebben fotograaf Thijs Wolzak en eindredacteur Herman Keppy de rubriek Binnenkijken verzorgd in het magazine Zorg+Welzijn. De spread met korte tekst belichtte steeds een ander sociaal project dat is ingesteld om mensen te helpen, waar het gaat om eenzaamheid, beweging, educatie, inclusie enzovoorts. Helaas is de rubriek beëindigd in december 2022.

Keppy zocht een organisatie en regelde de te schieten locatie. Thijs bekeek en fotografeerde zorgvuldig om steeds weer een prachtig beeld te scheppen. Een zorgboerderij werd aangedaan, een kringloopwinkel, de voedselbank en een buurthuis. Een ouderenkoor werd bezocht, een dansvereniging, een timmerproject, een kookclub enzovoorts.

In de coronatijd was het al lastig om een locatie te vinden om te fotograferen, mensen erop krijgen was nog moeilijker. Maar in januari 2021 lukte het toch om Hanna Stedenburg te schieten in de verlaten bibliotheek aan het Bijlmerplein in Amsterdam. Ze zorgde ervoor dat zo’n 17 deelnemers en vrijwilligers van het taalcafé voor nieuwkomers online toch met elkaar in contact konden komen.

Zorg+Welzijn, februari 2021

JULIUS GUGGENHEIMER (1885-1943)
In het oudste nog bestaande fotoblad van Europa vertelt Herman over het tragische lot van de ‘beste Joodse amateurfotograaf van Duitsland’. Enige citaten volgen.

Op de vlucht voor de nazi’s kwamen zij naar Nederland. Maria Austria, Eva Besnyö, Frits Kahlenberg en Erich Salomon zijn nu beroemde namen in onze fotografiegeschiedenis. Erwin Blumenfeld werd zelfs wereldberoemd. Onder de vluchtelingen was ook de toen reeds bij Focus bekende Julius Guggenheimer.

[…] Julius Guggenheimer en zijn echtgenote zijn in mei opgepakt in Amsterdam en naar kamp Westerbork gebracht. Na een korte internering zijn zij van daar op transport gezet naar Sobibor aan de Pools-Russische grens en op de dag van aankomst, 4 juni 1943, vermoord. Dat is pas een voldongen feit in 1949 wanneer de Staatscourant het overlijden officieel meldt in de misselijkmakend lange kolommen met namen van tijdens de oolog overleden Nederlandse burgers – vooral van Joodse afkomst.

Uit Focus, mei 2020

HOMO BELGICUS
Toen het fotoboek Homo Sovieticus uitkwam, interviewde Herman Keppy fotograaf Carl De Keyzer voor het tijdschrift Focus. Na 27 jaar volgt de herhalingsoefening.

Er wordt in de Belgische pers een vergelijking gemaakt met het moment dat Homo Sovieticus uitkwam en het verschijnen van Cuba. La Lucha. Toevallig heb ik je indertijd ook voor Focus geïnterviewd.
‘Ah ja, er is een gelijkenis qua timing. Bij Cuba is de timing goed, omdat het boek is verschenen net voor de komst van president Obama aan het land. Bij Homo Sovieticus was het nog beter. Haha, de presentatie was op 9 november 1989, om acht uur in Amsterdam. Iemand was aan het speechen, ik weet niet meer wie. Toen stapte een man uit het publiek naar voren met een draagbaar radiootje, dat nogal kabaal maakte, heel vervelend. Ik weet niet precies of mijn herinnering goed is, maar opeens riep hij: “Ze breken de Muur af!” Weet jij dat nog?’

O ja, vrienden van jou uit Gent hadden bij mij overnacht en zouden nog een dag blijven. Maar zij en andere bezoekers in de galerie stapten na de presentatie meteen in de auto naar Berlijn.
‘Je kunt niet beter mikken dan op zo’n dag te komen met een boek over de Sovjet-Unie. Achteraf dan, want met de val van de Muur had niemand meer interesse in mijn boek. Het verkocht aanvankelijk niet zo goed, maar is toch historisch geworden. Want zoiets kon daarna niet meer worden gemaakt. Het is ook voor mij belangrijk geweest, omdat het mijn entree is geworden bij Magnum (het beroemde fotografencollectief in New York – red.).’

Uit Focus, mei 2016

WIJKTEAM
Een jaar lang bezocht Herman samen met vriend en fotograaf Eut van Berkum voor Zorg+Welzijn iedere maand een sociaal wijkteam in het land. Voor het meinummer van 2015 keerde hij terug op vertrouwde grond, de wijk Bos & Lommer in Amsterdam waar hij opgroeide.

‘Carolien voert het woord over de casus van het wijkteam waar eigenlijk de teamleider dit zou moeten doen. Maar Renske Abbink is er niet meer, na een noodlottig ongeval tijdens haar vakantie in Suriname. Zomaar, ineens, weg. Maar ze hoort er nog steeds bij. Vandaar dat het team poseert met haar foto en ze willen ook nog wat zeggen over hun betrokken collega. Maatschappelijk werker Simone Meijer: ‘Renske was onze steun en toeverlaat. Alles wat ze deed, deed ze grondig en met plezier. Dat was zoals ik haar kende bij de thuiszorg, maar ook toen we samen op zoek waren naar werk en zoals ze hier was bij ABC-West. Altijd met aandacht voor de mensen, maakte als ze binnenkwam een praatje hier en daar.’

Zorg+Welzijn 5, mei 2015

CORDAAN
Cordaan Rond, Sinds 1683 zorggeschiedenis schrijven is onlangs verschenen. Het boek over de rijke historie van Cordaan, de grootste zorginstelling in Amsterdam, is reden genoeg om de voorzitter van de Raad van Bestuur, Eelco Damen, te interviewen. Kan hij meteen ingaan op de vele berichten in de pers over zijn organisatie.

Een boek als charme-offensief?
‘Nee, dat zou ik niet zeggen. In het boek lees je ook kritiek, dus het is niet alleen charme en glimmende verhalen. We hebben de auteurs heel bewust die ruimte gelaten.Maar we willen ook laten zien dat de ontwikkelingen bij Cordaan het mogelijk hebben gemaakt om kleinschalige gehandicaptenzorg aan te bieden in de stad en overeind te houden, om dagbesteding te laten bestaan, om thuiszorg te blijven bieden. Dat zijn belangrijke waarden waar we voor staan. Dat hebben we willen duidelijk maken met dit boek.’

Over die thuiszorg gesproken, ik zie een poosje terug in media: 1500 thuiszorgers de laan uit bij Cordaan. Vervolgens lees ik daar geen woord meer over. Hoe zit dat nu?
‘In het regeerakkoord van oktober 2012 is vastgelegd dat de hulp bij het huishouden met 75 procent wordt gekort. Vanaf het begin hebben wij de stelling betrokken dat wij dat beleid niet verstandig vinden. Je moet niet op de goedkope vorm van zorg bezuinigen, je moet op de dure vormen van zorg bezuinigen. Je moet niet bezuinigen op wat mensen helpt om zelfstandig te blijven. Maar stel dat de bezuinigingsronde doorgaat, wat betekent dat voor ons?
Simpel, bij die 75 procent korting zullen ongeveer 1500 mensen hun baan verliezen. Voor alle duidelijkheid, er is nog niemand ontslagen. Inmiddels weten we dat die 75 procent is teruggedraaid naar 40 procent.

Uit Zorg+Welzijn 7/8, juli 2013

RADIO RWANDA
Dertien jaar geleden was de radio een instrument bij de slachtpartijen in Rwanda. Nu combineert die seksuele voorlichting en amusement. En opnieuw luistert iedereen.

KIGALI – Het jaarlijks personeelsuitje blijft dit keer beperkt tot een etentje in de hoofdstad Kigali. Ze maken er toch een gezellig samenzijn van: de radiomakers en overige medewerkers van Urunana, de populairste soap van Rwanda. Maar Urunana (hand-in-hand) betekent meer. Het programma brengt essentiële gezondheidsinformatie over ‘veilig vrijen’, familieplanning, hiv/aids en malariapreventie, verpakt in een humoristisch jasje. Urunana breekt taboes.

Toen Urunana, geproduceerd door de Britse ngo Health Unlimited, in 1999 voor het eerst via de BBC-Africa Great Lakes Service te beluisteren was, reageerde de bevolking argwanend. Want kon radio ook iets educatiefs en grappigs brengen? In 1994 werd de radio immers intensief gebruikt om de bevolking aan te zetten tot moord. Bovendien is informatie verstrekken en mensen aan het lachen maken een kunst die niet iedereen verstaat. Maar de getalenteerde schrijvers van Urunana slagen daar wonderwel in: de luisterdichtheid is 75 procent.

Uit De Groene Amsterdammer, 30 januari 2007

FLAT RIVER FLAMINGO
Flat River, Missouri, is alleen te vinden op landkaarten van voor 1994; daarna werd het stadje opgenomen in één grote gemeente. In het basketballseizoen 1981-1982 bestond het nog. In die periode speelt het verhaal dat op het punt staat te worden verteld. […]

De jeugd in de West-Europese steden had zojuist de deprimerende no future-punktijd achter de rug; in Amsterdam behoorden de hoogtepunten van de daarmee samenhangende krakersrellen tot het verleden.

Op dat punt in een tijd van heroriëntatie vluchtte de twintigjarige hoofdpersoon, die het fenomeen punk en de gevechten rond de kraakbolwerken van dichtbij had meegemaakt, van zijn geboortestad Amsterdam, Holland, naar the middle of nowhere, Flat River, Missouri, om basketball te spelen. Laten we hem Martin Selano noemen…

Uit de inleiding van Keppy’s boek Flat River Flamingo, 2006.

GUIDO DE TORENBOUWER
En nu hebben we Guido de Torenbouwer. Hij wil de Haringpakkerstoren en de Jan Roodenpoorttoren terugbrengen, gebouwd in de tijd van de Geschiedenis van Amsterdam deel II en gesloopt in 1829. ‘Iedereen is het erover eens dat de vestingtorens gezichtsbepalend zijn voor Amsterdam,’ meldt Guido. Hij verzekert ons dat zijn plan, net als het vorige, veel bijval geniet.

Ambtenaren hebben een half jaar de tijd gekregen om de haalbaarheid van dat plan te onderzoeken. En zo worden opnieuw duizenden euro’s verkwist aan een fata morgana. Stel dat de torens terugkomen, dan begrenzen zij een groot deel van het Singel dat zich, zonder bestemmingsplan, heeft ontwikkeld als een tweede wallengebied, met gigantische hoeveelheden glurende, dronken en pissende mannen. De prostitués en hun klanten zijn gezichtsbepalende en zullen dat ook blijven na de bouw van de torens. […]

Moge [D66-wethouder] Guido Frankfurter ouderwets met pek en veren de stad worden uitgejaagd, want aan het Singel hoeft geen toren rechtgezet te worden.

Uit Het Parool, 11 maart 2005

NAGELS PRIVÉPROJECT
Het toenmalige eerste herenteam van BV Amsterdam heeft een cruciale rol gespeeld bij de terugkeer van het heren eredivisiebasketball in de hoofdstad. In 1995 trainen oprichters Ed de Haas en Oscar Kales mee met dit team, waarin de derde oprichter, Carlo Brunink, speelt.

Na de trainingen op de maandagavond in de Van Hogendorphal worden de plannen gesmeed voor de komst van de Astronauts. Andere Amsterdamspelers nemen taken op zich. Zo zal spelverdeler Adri Willemzorg jarenlang de deejay en speaker worden en center Mart van Ooijen de floormanager in de Apollohal. Forward Robert Nagel is ongeveer het eerste businessclub-lid van de Astronauts en draagt zo financieel zijn steentje bij.

Achteraf lijkt Nagel stilletjes nog een privéprojectje op zich te hebben genomen: de terugkeer van dames eredivisiebasketball in Amsterdam. Hij staat me te woord tijdens en na de training van het eerste damesteam van BV Lely in de Apollohal. ‘Ik werk zonder diploma’s, en als het aan mij ligt blijft dat zo. Wederom heb ik dispensatie dit jaar. Maar assistent-coaches Roy Emanuels en Darco Marin [ook speler van BV Amsterdam] beschikken wel over de benodigde papieren. Wij vormen een team op zich dat elkaar onnavolgbaar goed aanvoelt. Dat is iets wat ik nooit meer zal meemaken, daar ben ik van overtuigd.’

Uit een nimmer gepubliceerd artikel, 2003, het jaar dat BV Lely landskampioen wordt van Nederland.

COACH VAN DE NEW YORK NETS
Herman Keppy is enige jaren hoofdredacteur van het door hem opgezette Face the Basket, de ledenkrant van de Nederlandse Basketball Bond. In die functie interviewt hij in de zomer van 1998 John Calipary (39), head coach van de New York Nets.

‘Er is geen mooiere baan in de wereld dan NBA-coach, tenminste als je wint en met de goede mensen werkt. In mijn eerste seizoen bij de New York Nets had ik niet de goede mensen en ik verloor 56 wedstrijden. We verloren meer in één maand dan ik als collegecoach had verloren. Dan is het de verschrikkelijkste baan in de wereld.

Het tweede seizoen ging het stukken beter, we wonnen meer dan we verloren. Dan is het weer een mooie baan, vooral op de eerste en vijftiende van de maand. Dat zijn de betaaldagen en het loon is goed. […]

Er is geen wedstrijd geweest waarbij ik rustig achterover kon leunen. Ik besef dat als ik zo doorga, ik de 42 niet haal. Ik heb in ieder geval al geleerd dat je in de NBA als coach bepaalde zintuigen moet afstompen: het hoor- en gezichtsvermogen. Ik hoor niet welke scheldwoorden de spelers naar me roepen, ik zie de gebaren niet die zij maken. Hey, I’m dealing with twelve millionaires.’

Uit Face the Basket, september 1998

DE ABSINTHMOORDEN
In 1905 vermoordt de ladderzatte Zwitserse boer Jean Lanfray zijn vrouw en twee dochterjes. Het drama haalt de voorpagina’s van alle Europese kranten. En hoewel Lanfray voorafgaand aan zijn daad van alles heeft gedronken, spreken de krantekoppen van ‘de Absinthmoorden’.

Lanfrays moorden betekenen ook de doodslag voor absinth. België verbiedt als eerste land de drank nog in hetzelfde jaar. In de Tweede Kamer wordt bepleit om ook in Nederland een verbod in te voeren ‘wegens grote schadelijkheid voor de gezondheid.’ Dat verbod komt er in 1910.

Met de nadruk op het gif uit de alsem- en anijsessences concludeert de Kamer over absinth: ‘Voortgezet gebruik leidt tot hevige pijnen, verlammingen, sterk verhoogde vatbaarheid voor tbc, bewustzijnsstoornissen tijdens welke misdaden worden begaan en tenslotte tot krankzinnigheid en vroegtijdige dood.’
Als laatste zal de Franse regering schoorvoetend met een verbod volgen, in 1915. De Parijse cafébezoekers kunnen er niet echt rouwig om zijn. De Eerste Wereldoorlog, die anderhalf miljoen Franse soldaten het leven zal kosten, is immers net begonnen. De komende jaren is er wel wat anders om over te treuren.

Uit Absinth, drank van kunstenaars en moordenaars in bijlage Nouveau, juni 1993

DIE EINZIGE GRENZE
Bilder schaffen von einer Welt, die es ganz nicht gibt. Keine Zukunftsmusik, sondern Tägliche Arbeit im Höllandischen Großlabor Souverein bei Amsterdam. Der Paintbox-Artist Bruce Brouwn erzählt von seiner Arbeit als ‘Bildmanipulator’ und diskutiert Möglichkeiten und Grenzen elektronische Bildbearbeitungssysteme.

Du arbeitst an der Paintbox – Wie nennt sich Dein Beruf eigentlich?
Man nent das in den Niederlanden Paintbox-operator, aber das halte ich für eine unpassende Bezeichnung. Ein ‘Bediener”, das ist für mich jemand, der Knöpfe drückt und zu allem ja und amen sagt. In England heißt der Beruf Paintbox-Artist, Das finde ich schön passender.’

Was kann dieses Gerät, was mit früheren Geräten nicht möglich war?
Bevor es die Paintbox gab, wurden schon auf konventionellem Wege also im Labor die verblüffendsten Sachen gemacht, manchmal sehr komplexe Dinge. Heute kann man deselben einscheidenden Veränderungen am Bild in sehr kurzer Zeit durchführen. Es is aber nicht so, daß hinsichtlich der Techniken jetzt viel mehr möglich wäre.

Aus: Die einzige Grenze ist die Fantasie, Fotomagazin, Dezember 1991

HOLLANDS DOSSIER
In 1990 verscheen het fotoboek Hollands Dossier. Een decennium fotojournalistiek naar een idee van fotojournalisten Bert Verhoeff en Wubbo de Jong. Zij en Focusredacteur Herman Keppy kozen uit de mooiste foto’s van Nederlands beste fotojournalisten van dat moment. Dat leidde tot een interessante selectie, die echter ook kritiek opleverde.

Want waarom gekozen voor de als ‘seksistisch’ bestempelde foto van opwaaiende hockeyrokjes die Guus Dubbelman heeft geschoten?, vraagt De Journalist aan Wubbo de Jong en Herman Keppy. Waarom een oververtegenwoordiging van de Randstad, en ontbreken er geen fotojournalisten?

De Jong: ‘Klopt. Willem Middelkoop zijn wij bijvoorbeeld gewoon vergeten. Stom. ‘En popfotografen eigenlijk ook,’ vult Keppy aan. ‘In de Randstad zie je zelden de regionale pers. Maar toch zit er in dit boek goed fotowerk bij van het Utrechts Nieuwsblad, de Amersfoortse Courant, het Reformatorisch Dagblad – ook al staat dat niet achterin vermeld. De redactie gaf op het laatste moment geen toestemming voor naamsvermelding bij de foto’s van Verboom en Visscher. Zeker bang dat er ook godlasterlijke foto’s in zouden staan, of blote vrouwen. Maar die staan er niet in, wel een blote vent en eh… twee neukende varkens.’

Interview Chris Reinewald voor De Journalist 11 juni 1990

WOUTER DERUYTTER
Wouter Deruytter (22) studeert aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Toen Wouter vorig jaar bij Focus langskwam (liftend uit België) om zijn portfolio te laten zien, was hij net gebuisd, de Belgische term voor blijven zitten. Wouter is gefascineerd door het Brusselse nachtleven, travestieten en homofuiven, clochards in de café’s in de oude wijk De Marollen, de marginale wereld van de grote stad.

Een boek dat zijn Brusselse werk afrondt, wil hij gebruiken als een visitekaartje, een aanloop naar een verdere loopbaan. Voor dat boek is hij nog op zoek naar sponsors, maar hij heeft goede hoop. ‘Tot nu toe zijn al mijn dromen uitgekomen. Veel mensen kennen het woord passie niet. Ik werk hard om mijn dromen te kunnen verwezenlijken.’

Uit: Het mooiste aan Brussel is haar lelijkheid, Focus 6, 1989

ED VAN DER ELSKEN
Maar je bent zelf toch ook geslaagd?
“Nee, niet waar, ik ben heel goed, ik ben beroemd, maar ik leef continu economisch op het scherp van de snede. Je hebt er geen idee van. In zoverre ben ik geslaagd dat ik mijn plaats cultureel heb bevochten, maar maatschappelijk, jongen, je hebt geen idee.

Er zijn duizend fotografen in Nederland, waarvan er 987 welvarender zijn dan mijnheer Van der Elsken. Vind ik helemaal niet erg, want dat moeten zij weten, maar jij vergist je dus. Ik ben in zoverre geslaagd, dat ze kunnen zien, Jezus, die heeft een heel leven geknokt voor dingen waar hij in gelooft.”

Uit: Ed van der Elsken in Japan, Focus 12, 1988

RINEKE DIJKSTRA
‘Het zijn heel mooie portretten. Maar ik heb meer op vorm en licht gelet, dan op persoonlijkheid. Als je een van hen tegen zou komen, zou je hem of haar niet herkennen.’ Aldus fotograaf Rineke Dijkstra in het meinummer van Focus in 1988. Het artikel vervolgt ‘Rineke Dijkstra (28) heeft een grote voorkeur voor het portret, maar wil veel meer dan voorheen iemands karakter erin tot uitdrukking brengen.’

Ze stond aan het begin van een loopbaan die glorieus zou worden en had een serie foto’s gemaakt van generatiegenoten in Amsterdam. Kostte veel tijd en geld (voor het ontwikkelen van de films en het afdrukken op barietpapier). Oom Herman herinnert zich nog dat ze verzuchtte: ‘Jullie worden toch wel beroemd, hè?’

Wel, zij is zelf wereldberoemd geworden, net als de door haar geportretteerde collega Inez van Lamsweerde (links). Wat er van Joyce Thé (rechts) is geworden, weet oom Herman niet. Hij staat trouwens rechtsonder bescheiden afgebeeld.

Focus 5, 1988

KUIFJE IN PARADISO
Kuifje was afgelopen weekend in Amsterdam. Hij trad op in Paradiso waar een Kuifje-feest werd gegeven. En dat heeft-ie geweten: ‘Sinds mijn komst in Amsterdam is er drie keer gepoogd om in te breken in mijn auto, binnen 24 uur.’

‘Slechts één iets werd gestolen, het koffertje met mijn kleding. Ik mis nu een overhemd, een blauwe trui, een pantalon en een compleet kostuum. U weet wel, met zo’n jasje met een riempje van achter.’

Googhem sprak met hem; over zijn speurtocht naar zijn verdwenen kleding, en ook over zijn pogingen om de beroemde Amerikaanse filmmaker Steven Spielberg zover te krijgen dat de nieuwe Kuifje-film in België wordt gemaakt.

Goochem, jeugdpagina in Het Parool, 13 januari 1986

MAX EUWE WERELDKAMPIOEN
3 oktober 1935 […] Onze nationale kampioen sinds 1921 kiest in de openingspartij voor de Tjechische verdediging en wordt genadeloos van het bord geveegd.[…]

19 november 1935, de dag van de 21ste partij wordt bekend als ‘Het schandaal van Ermelo’. Het organiserend comité constateert ‘met leedwezen’ dat Aljechin zich ‘in een bedenkelijke toestand’ bevindt. De Waarheid spreekt tien jaar later, terugblikkend op die dag, zelfs van ‘zware slagzij’ bij zowel Aljechin als zijn vrouw.

Vijftig jaar later mag er geschreven worden dat het echtpaar dronken was op het moment dat zij van het Amsterdamse hotel naar Ermelo zouden worden vervoerd. Na een eerste weigering om te spelen komt Aljechin na enkele uren toch opdagen. Enigszins beneveld stapt hij de zaal in waar gespeeld zal worden… het clubgebouw van de plaatselijke geheelonthoudersvereniging! [..]

15 december sneeuwt het in Amsterdam. Aljechin komt in feestelijk zwart jacquet naar theater Bellevue aan de Marnixstraat. 1700 mensen wachten daar op het mogelijk wereldkampioenschap van Euwe. Het duurt tot vijf voor elf.

Het Parool, 16 november 1985.