POSTKOLONIALE HERMAN
‘Als het Nederlands elftal speelt, zie je op beelden mensen in oranje op brommers door Ambon rijden. Dat klopt, maar dat zijn de christenen. Dus wat doen de moslims? Brazilië! Haha, dus ik zit te kijken: ik zie daar oranje, en daar geel met blauw. Dus ik ben gaan vragen, bleken al die met geel-blauw moslims, die hebben gewoon Brazilië gekozen, haha.’

In de postkoloniale podcast gaan Rick Honings, Scaliger-hoogleraar (midden op foto), en Coen van ’t Veer, docent-onderzoeker (links), van de Universiteit Leiden met gasten in gesprek over hun werk in relatie tot het koloniale verleden. In aflevering 27 van De postkoloniale podcast spreken zij met oom Herman over de Molukse literatuur.
Dat was althans de bedoeling, in de praktijk gaat het meer over mijn werk en leven. Als ik dan uiteindelijk iets uit literatuur mag voordragen, doe ik dat uit het werk van een Javaan, Margono Djojohadikoesoemo. Achteraf gezien best oké, want goede literatuur wordt niet begrenst door de nationaliteit van de auteur.
link naar podcast
2 december 2025
KATTENBURG MANIS É
Op deze gefotografeerde plek op Kattenburg wordt volgend jaar op 29 april het monument onthuld voor de Molukkers die bij de Koninklijke Marine dienden en zich in de jaren vijftig in Amsterdam vestigden. In 2026 is het 75 jaar geleden dat zij onderdeel waren van de grote groep die toen naar Nederland kwam.

Voor hun marine-volksgenoten die zich al of niet met hun gezinnen in Hilversum, Den Helder en Loosdrecht vestigden, zijn de afgelopen twee jaar al monumenten verschenen. Het project in Mokum wordt gerealiseerd door een werkgroep onder leiding van ‘marinezoon’ Ton Louhenapessy, in nauwe samenwerking met de gemeente en de Koninklijke Marine.
De werkgroep, die overigens meer zal doen rond de historische mijlpaal, vergaderde op donderdag 30 oktober met de vertegenwoordigers van de vijftien Mokumse ‘marinefamilies’. Het Scheepvaartmuseum zorgde voor de faciliteiten en na afloop werd de plek op Kattenburg bezocht.
Een van de namen die op het monument komt, is die van oom Obeth da Costa. Hij is een van twee Marine-Molukkers die neerstreek in Weesp, waar niet snel een monument voor maar twee mannen zal verschijnen. Gelukkig hoort Weesp sinds 2022 bij Amsterdam, dus de namen van beide marinemannen komen ook op het Amsterdamse monument. Dat verdient oom Obeth zeker.

Hij werd op een dag in 1945 in net bevrijd Nieuw-Guinea op achttienjarige leeftijd tegen zijn zin uit bed gelicht door de Militaire Politie. Vervolgens werd hij naar Australië verscheept om daar te worden opgeleid tot matroos bij de Koninklijke Marine (KM). Hij zou uiteindelijk 36 jaar dienen en hij kwam met zijn gezin terecht in Weesp.
Op 17 november 1966 werkte hij als matroos eerste klas aan boord van de lichte kruiser Hr. Ms. Zeven Provinciën toen bij slecht weer een collega overboord sloeg. Zonder enig voorbehoud sprong oom Obeth hem na en redde het leven van de man.
Hij heeft er zelf nooit over gereclameerd en het is dat ik ooit een aantal papieren van hem mocht inzien, waardoor ik van de heldendaad op de hoogte ben. Je zou denken dat hij een hoge onderscheiding heeft gekregen, of promotie. Nee, hij ontving van de KM voor zijn ontzettend dappere daad slechts een ‘tevredenheidsbetuiging’ op papier en honderd gulden.
Blij dat wij hem mogen eren met een plek op Kattenburg.
1 november 2025
DE JAVAANSE PSYCHE
Vandaag komt het lezenswaardige boek De ’Javaanse psyche’ uit, geschreven door Marens Engelhard. Centraal thema vormen de theorieën over de zogenoemde ‘Javaanse psyche’, die Nederlandse psychiaters in Nederlands-Indië rond 1920 introduceerden. Ze stelden dat Javanen ‘kinderlijk en impulsief’ waren, en waarschuwden daarom tegen een snelle onafhankelijkheid van de kolonie. Deze ideeën, verpakt als wetenschap, werden omarmd door conservatieve politici en genootschappen.

Indonesische artsen en psychiaters protesteerden van meet af aan fel en krachtig tegen deze racistische theorieën. Een van hen was de (eerste) Molukse psychiater John Latumeten: ‘Dat men meent met een mondjevol Maleis, Javaans of Madoerees, eventueel door tussenkomst van een tolk tot onze psyche te kunnen doordringen […] is in strijd met de meest primitieve eisen van een wetenschappelijk psychologisch onderzoek.’
Dr. Latumeten – de foto in het boek heeft oom Herman geleverd – vraagt zich bovendien af, schrijft Engelhart ‘met welke “Westerse” normen Van Loon de “Maleise rassen” vergeleek. Waren dat de normen van Balkanbewoners, de Russen, de Italianen of – als hij Nederlanders bedoelde – waren het dan de normen van Friezen, van Jordaners uit Amsterdam of van Rotterdamse bootwerkers?’

Ook Chris Engelhard, in Indië werkzaam als psychiater twijfelde sterk aan de conclusies van zijn Nederlandse collega’s. Hij meende terecht dat veel van de aandoeningen die hij in Nederlands-Indië aantrof sociale oorzaken hadden. Via brieven en dagboeken maakt Marens Engelhard (voormalig directeur van het Stadsarchief Amsterdam en het Nationaal Archief) ons deelgenoot van het leven van Chris Engelhard, zijn grootvader.
We zien Chris’ pogingen om geestesziekten bij de cultureel zo verschillende Javanen beter te begrijpen, en volgen het moeilijke leven van zijn vrouw Amy en hun gezin in de kolonie. De ‘Javaanse psyche biedt een menselijk portret van een intrigerend hoofdstuk uit onze koloniale geschiedenis. De ‘Javaanse Psyche’, Marens Engelhart, Boom, 312 pagina’s, prijs €26,90.
3 september 2025
PODCAST
Met gitarist Erwin Java – woehoe, van Cuby & the Blizzards onder andere – mocht Herman op zondagmiddag 31 augustus mijmeren over het belang van het nu al klassieke boek Revolusi van David Van Reybrouck. Ze waren te gast bij de Indische boekenpodcast van Ricci Scheldwacht en Lara Nuberg.

Keppy: ‘Revolusi is een boek over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Maar nu eens niet geschreven vanuit eng Nederlands perspectief of vanuit enige vorm van Nederlands-Indisch trauma. Dat al is verfrissend.
Om te begrijpen wat er is gebeurd in Indonesië heeft David Van Reybrouck enorm veel boeken en andere publicatie gelezen en hij heeft met zo’n tweehonderd mensen gesproken, vaak ooggetuigen. Daar zitten hoofdpersonen bij, maar ook gewone burgers die het alleen maar zagen gebeuren of toevallig in de weg liepen. Dat maakt het boek zo te behappen. Van Reybrouck slaagt erin een complexe geschiedenis terug te brengen tot menselijke proporties.’
De Indische boekenpodcast, 31 augustus 2025
UIT DE KOLONIE
Voor het eerst sinds de coronalockdown gaf oom Herman zondag 6 april weer een publieke lezing. In een afgeladen zaal van het Nationaal Archief in Den Haag was het onderwerp: Engelandvaarders uit de kolonie. Aanvankelijk bang dat hij het beloofde uur niet zou halen, sprak hij uiteindelijk anderhalf uur – na eerst geïnformeerd te hebben of het publiek dat oké vond.

Onder de aanwezigen bevond zich Paul Bartelings, zoon van een Engelandvaarder uit Indië en directeur van Museum Engelandvaarders in Noordwijk. Tot zijn verrassing presenteerde Keppy hem met een cadeautje voor het museum: de originele Amerikaanse oorkonde voor mevrouw Burgwal, uit wiens woning veel Engelandvaarders overzee vertrokken.
Onverwacht present was de zoon van de Surinaamse Engelandvaarder Hugo Pos. Menig Engelandvaarder werd na de oorlog geacht tegen de Indonesische onafhankelijkheid te gaan vechten, maar Hugo Pos weigerde, want voelde ‘dat hier een vrijheidsstrijd gaande was, ik wilde daar niets mee te maken hebben, ik wilde weg uit het leger.’
Nationaal Archief, 6 april 2025
AMSTERDAMSE AMBONEES
Ons Amsterdam 750 jaar, een bijzondere stadsgeschiedenis is op 4 oktober bij Walburg Pers verschenen. Het boek staat stil bij het 750-jarig bestaan van Amsterdam, maar vooral bij het 75-jarig bestaan van het tijdschrift Ons Amsterdam. Het kost €29,99.

Uit tienduizend artikelen van de afgelopen 75 jaar heeft de redactie 44 aansprekende gekozen, waaronder één van oom Herman. Niet de volledige tekst van zijn in 2022 geschreven artikel Molukkers in Mokum, slechts het gedeelte over de komst van Molukkers (dienend bij de Koninklijke Marine) in Amsterdam West begin jaren vijftig.
Mooi dat het erin staat, erkenning voor het feit dat die geschiedenis ook een onderdeel is van die van Amsterdam. En ook mooi omdat Amsterdamse Ambonezen de komst naar Holland anders hebben ervaren dan hun volksgenoten in de Ambonezenkampen. Zoals een van hen, Wim Manuputty, zegt: ‘Daarom hoor je van mij niets over discriminatie, we zijn liefdevol ontvangen.’
Ons Amsterdam 750 jaar, een bijzondere stadsgeschiedenis, oktober 2024
INDONESIA ROEPT
In 2020, toen corona de wereld overspoelde, bezochten een filmploeg, Hans Goedkoop en Herman Keppy het beruchte slot in Colditz waar tijdens WO2 geallieerde officieren knijp zaten. Onder die officieren ook (Indische) Nederlanders van het KNIL, waaronder de opa van Hans. Opa Van Langen vormt de rode draad in de tv-serie ‘Indonesia roept’.

Pas drie jaar na het filmen zagen 390.000 kijkers de beelden van Colditz op de Nederlandse televisie. In deze aflevering vertel Herman de Duitse conservator: ‘Es ist genau wie es war,’ als hij de de zaal binnentreedt waar de gevangenen, ook de Hollanders, opvoeringen hielden. Op de foto zijn Hans en Herman in gesprek in dezelfde zaal, tijdens wat achteraf een bijzonder maar ook genoeglijk uitje was.
Indonesia roept!, 22 september, 2023, NPO 2
JOHNNY
‘Wij voelden ons vroeger echt verloren, zwevend tussen de traditionele Molukse normen en waarden en de Nederlandse sociaal-maatschappelijke wereld. We werden ook echt gediscrimineerd.

Weet je dat de burgemeester van Huizen op een gegeven moment in een krantenartikel liet opnemen dat de Huizer meisjes en vrouwen niet meer in kamp Almère mochten komen? En waarom? Die meisjes vonden die Molukse mannen hartstikke leuk, ze kwamen in drommen naar het kamp. En dat werd toen door de burgemeester in de krant verboden. Dat krantenartikel heb ik, hè. Dan denk ik toch van, dat moet toch niet mogelijk zijn? Dat soort dingen. Maar het is gewoon gebeurd.’
Interview met Johnny Manuhutu (Massada) in Zorg+Welzijn, augustus 2023
ORANG HOLLAN
Orang Ambon herken je meteen op de Molukken. Wij hebben veel dezelfde kenmerken als de inwoners daar, maar we zijn langer, kleden ons anders, gebruiken andere woorden, bewegen ons sneller voort en fotograferen alles wat los en vast zit.

Andersom dringt in Nederland het besef langzamer door dat orang Ambon en orang Hollan gescheiden wegen zijn ingeslagen. Ja, ik voel me verbonden; ja, het zijn mijn volksgenoten; ja, ik heb er veel familie, maar de tijd staat niet stil, noch in Nederland, noch op de Molukken. Feit is dat we steeds verder uit elkaar groeien. Dat geeft niet, nasib saja, het is ons onontkoombaar lot. […]
Onze familie en volksgenoten in Indonesië – ze wonen overal in de archipel – hebben niet per definitie zo’n sterke band met het KNIL of de KM. Bij Molukkers op Java stond hun eerste generatie tijdens de onafhankelijkheidsstrijd eerder aan Indonesische kant. Molukkers in Indonesië hebben de afgelopen 73 jaar een volledig ander leven geleid, in veel gevallen een leven van dag tot dag. Het bestaan in Nederland is over het algemeen minder kommervol en vol kansen.
Uit column ‘Orang Hollan’ in het Drents Museum Magazine, nr. 1, 2023
VERGETEN HELDEN 2
In het drieluik Vergeten Helden vertelt presentator Jörgen Tjon de verhalen van heldhaftige strijders uit de voormalige Nederlandse koloniën. Vrijdag 12 mei, dook Jörgen Tjon in het leven van drie verzetsstrijders afkomstig uit Nederlands-Indië. Herman Keppy schetste de historische context.

In deze aflevering, die 600.000 kijkers trok, was er aandacht voor de Indonesiërs Slamet Faiman en Djajeng Pratomo (foto) die besloten om met de Hollanders tegen de nazi’s te strijden. Indische Anda Kerkhoven bleef in het beruchte Scholtenshuis in Groningen haar beulen moreel de baas. Genoemde personen zijn ontleend aan Keppy’s boek Zijn jullie kerels of lafaards?
Vergeten Helden 2, Nederlands-Indië, vrijdag 12 mei 2023, NPO 2
VERGETEN HELDEN 1
Meer dan 400.000 kijkers trok de aflevering Nederlands-Indië uit de miniserie Vergeten Helden die door omroep Max werd uitgezonden op NPO 2 op 3 mei 2022.

Naast Ernst Jansz, Murjani Kusumubroto en Sari Roels, kinderen van de drie verzetsstrijders die werden uitgelicht, kwam ook Herman Keppy als zakenkundige aan het woord.
De uitspraak van hem over gekleurde mensen tijdens de bezetting verraste sommigen: ‘De Duitsers hadden heel goed bedacht: we willen Joden, communisten, zigeuners, die gaan we uitmoorden. Maar ze hadden nog niks bedacht voor de mensen uit Indië, of voor Surinamers. Dus die konden in feite overal vrij rondlopen.’
NPO 2, 3 mei, 2022
DEBAT IN BRUSSEL
In Brussel organiseerde het Vlaams-Nederlands Huis deBuren een debat naar aanleiding van het afgeronde onderzoek naar Onafhankelijkheid, Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië. Maar het werd weinig debat, want Gert Oostindie, David van Reybrouck, Herman Keppy, gespreksleider Wim Manuhutu en Lara Nuberg op het scherm (v.l.n.r.) waren het de meeste tijd met elkaar eens.
Het publiek, een combinatie van Belgen en Nederlanders – waaronder in België wonende Indo’s – gedroeg zich opvallend beschaafd en rustig. Anders dan de volgende bijeenkomsten in Nederland. Geregeld zou iemand in de zaal geagiteerd opspringen en roepen dat de groep die hij/zij meent te vertegenwoordigen niet (genoeg) aan bod komt, het onderzoek derhalve eenzijdig is. Zo verzuipen die debatten, als meestal in het Indische/Molukse, al decennialang.
Vandaar dat Herman daar sowieso niet aan deelnam. Wel was hij graag ingegaan op het verzoek van de Indonesische Ambassade in Brussel om later dat jaar te komen spreken op een bijeenkomst in Oostende, maar was helaas verhinderd.
Debat deBuren in Brussel, 23 februari 2022
MAUS GATSONIDES
Voor het eerst in jaren doet het Formule 1-circus Zandvoort weer aan. Reden om een Zandvoorter in herinnering te brengen die daar in 1939 deelnam aan de eerste autorace. Dat was de Indische Nederlander Maus Gatsonides, toen al internationaal bekend als rallyrijder. In 1953 won hij de Rally van Monte Carlo.

Maus Gatsonides blijft tot in de jaren zestig serieus aan races deelnemen, daarna doet hij slechts voor spek en bonen mee. Aan rally’s voor veteranen bijvoorbeeld – al was het om een borreltje te kunnen drinken met oude vrinden. Hij hoeft ook niet langer om het geld te rijden. Hij is zich gaan toeleggen op het ontwerpen van snelheidsmeters. Dankzij Maus Gatsonides is opeens precies te zien wanneer wedstrijdzwemmers aantikken, het getwist om goud, zilver of brons bij ‘gelijktijdig’ aantikken is voorgoed voorbij.
Maar het mooiste komt nog. Als snelheidsduivel wordt Maus regelmatig bekeurd voor te hard rijden. Het ergert hem dat de politie hem nooit kan vertellen hoeveel hij te hard heeft gereden. Hij bedenkt daarom een systeem dat dit wel kan doen: de Gatsometer. Het lukt hem dit keer zijn ontwerp op de markt te zetten, in grote aantallen te produceren en internationaal te verkopen. Het wordt zijn grootste succes.
Uit Moesson, september 2021
ADAM DE SCHAARMAN
Als het EK Voetbal bijna begint, diept Herman in de Moesson van juni een sensationele, Indische voetballer uit het stof. Law Adam kwam in 1929 uit voor de nationale elf van Zwitserland en het jaar daarop voor Nederland.

Ajaxied Piet Keizer werd er vijfendertig jaar later om bekend, maar de eerste die de legendarische schaarbeweging in Nederland (en misschien wel in Europa) introduceerde was Law Adam. Niet alleen liet hij daarmee zijn tegenstanders voor joker staan, het publiek ging ervoor op de banken en sprak er decennia later nog van.
De Haagse Courant verslaat in 1933 de wedstrijd tussen HVV en Quick (6-1): ‘De geheele week reeds hadden wij over den wedstrijd aan den Wassenaarschen weg hooren spreken, doch men zeide niet: “Ik ga naar HVV” maar wel zei men: “Ik ga naar Adam kijken.” Wij gelooven niet dat Den Haag ooit een speler heeft bezeten – en Den Haag heeft toch heel wat spelers gehad die het publiek naar zich toehaalden – die zóó heeft “getrokken” als Law Adam.’
Uit Moesson, juni 2021
STRIJDERS UIT INDIË
Al in 2015 schreef Herman een artikel voor het Historisch Nieuwsblad over het Indisch en Indonesisch verzet in Nederland tijdens de oorlog. Helaas plaatste de toenmalig fotoredacteur er foto’s bij van de oorlog in Indië, die niets met de tekst van doen hadden.

Zes jaar later maakte de redactie echter een verzet- en collaboratiespecial, waarop Bas Kromhout, toen bijna hoofdredacteur, de omissie rechtzette en de goede foto’s bij het opnieuw gebruikte artikel liet plaatsen.
‘Van de Engelandvaarders, oorlogsvliegers en verzetsmensen blijkt een opvallend deel afkomstig uit Nederlands-Indië. De weerstand tegen de Duitsers was niet alleen het werk van autochtone Nederlanders.’ Zo opent het verhaal in het blad en met als spread een van Keppy’s lievelingsfoto’s, die van een groep KNIL-cadetten en één marineman. Allen ‘Indische jongens’, die zijn gefotografeerd in gevangenschap in Duitsland. Later zouden zij belanden in Slot Colditz.
Over die foto wist een oude Indische wijsneus – die de oorlog in Europa niet eens had meegemaakt en helemaal niets wist over de herkomst – op een van de Indische online fora vervolgens te melden dat het geen foto zou zijn van mannen in gevangenschap. ’t Kan verkeren.
Verzet en collaboratie in Nederland, special Historisch Nieuwsblad, 2021
DAVID VAN REYBROUCK
In 2020 waren Esther Wils en Herman Keppy de eersten die de Belgische schrijver David Van Reybrouck mochten interviewen over zijn nieuwe boek Revolusi. Ze bezochten hem op zijn kantoor in Brussel.

Esther Wils: ‘Het was een meesterzet om de Gurkha’s op te zoeken, dat heeft nog niemand gedaan. Het beeld uit je boek, van de Gurkha die met die Javaanse boer in gevecht raakt, is onvergetelijk. Het is ook heel pijnlijk dat op dat moment de strijd tussen India en Pakistan woedt, en de gezinnen van de Gurkha’s bedreigd worden. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?’
‘Ja, twee arme Aziaten die tegenover elkaar komen te staan. Nehru was heel kwaad op de Britten, dat zij veel Nepalezen, Indiërs en mensen uit de Punjab hadden ingeschakeld. Van de vijf- of zesduizend die er zijn vertrokken, waren er nog zo’n dertig in leven en ik heb er een tiental kunnen interviewen. Ik wist dat sommigen van hen nog een pensioen kregen van het Britse leger, maar ik wist ook dat die pensioenlijsten privé waren. Ik had een vermoeden in welke valleien de regimenten gerekruteerd waren, dat had ik nagevraagd.
Ik ben naar zo’n vallei gereden, en daar zat nog één pensioenkantoortje, met een jonge militair die dat bestierde. Hij had de lijst, maar zei: die mag ik niet geven. Ik zei: alle begrip, en heb nog even zitten praten. Ik had in het vliegtuig net All the President’s Men gezien, en zei dus, net als de onderzoekers in het Watergate-schandaal: ik snap dat u me de naam van de man niet kunt geven, maar kunt u me dan de naam van het dorp of gehucht geven? Hij zei: je bent echt heel geïnteresseerd hè? Ik: ja, ik ben de laatste onderzoeker die hier passeert, ze gaan nog een paar jaar leven en er zal verder niemand meer langskomen voor hun verhaal. Hij liep naar binnen, en kwam weer naar buiten met een printje: hier, dat zijn de namen.’
Uit Indies Tijdschrift, november 2020
ANDERE TIJDEN
Andere Tijden wijdde op woensdag 18 maart op NPO 2 een aflevering aan Oorlogshelden uit de Oost. Volgens de kijkcijfers zagen 242.000 mensen het tv-programma waarin Herman Keppy vertelt over Indische RAF-vlieger Rudy Burgwal.

Er waren ook bijdragen te zien van Ernst Jansz, Iwan Faiman en Murjani Kusumobroto, kinderen van de helden van toen. De aflevering is nog te bekijken op internet via Uitzending gemist.
Andere Tijden, NPO 2, 18 maart 2020
CUPIDO’S NAKOMELINGEN
Koning Willem V kreeg in 1766 een bijzonder cadeau: een zesjarig jongetje afkomstig van de Westkust van Afrika. Dat jongetje, Cupido, werd opgenomen in de hofhouding, trouwde later en kreeg nageslacht. Er ontstond ook een Indische tak. Hoe is het die vergaan?

Over (voluit) Willem Frederik Cupido, ook wel Cupidon gespeld, en zijn collega Sideron is in 2017 het zeer lezenswaardige boek verschenen Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje van de hand van kunsthistoricus Esther Schreuder. […] Zij heeft gezocht naar nakomelingen – van Cupido, want Sideron bleef ongetrouwd. Er werden er velen gevonden, de meesten hadden geen flauwe notie van het bestaan van een Afrikaanse voorvader. Op forums als Indisch4ever werden vervolgens oproepen geplaatst en ja hoor, binnen no-time meldde zich Robert, kortweg ‘Rob’, Hehl uit het plaatsje Kelowna in Canada.
Rob Hehl, 80 jaar, is in mei op bezoek in Hengelo en ontvangt de fotograaf en reporter van Moesson samen met zijn veertien jaar jongere broer Hans. Geen twijfel mogelijk, beiden zo Indisch als maar kan zijn. Al geeft Hans meteen toe dat hij weinig van zijn achtergrond en het Indisch zijn weet: ‘Ik ben als klein kereltje van vier jaar naar Nederland gekomen,’ zegt hij met Twentse tongval. ‘Ik ben wel een Indo, maar een collega van me zei ooit: je bent gewoon een tukker in een ander lichaam.’ Anders is het met zijn broer Rob. Die bracht zijn jeugd in Indië door, en dat is te merken. aan zijn mooi, zwaar Indisch accent. Hij vertelt: ‘Ik wist niets van die Afrikaanse achtergrond.’
Moesson, augustus 2019
DE INDIË MONOLOGEN
Het theaterdebuut van Herman Keppy valt haast niet te overtreffen. In 2018 mocht hij zich aansluiten bij de toernee door het land die de titel De Indië Monologen draagt. En zijn allereerste voorstelling was meteen in De Kleine Komedie in Amsterdam. Uitverkocht, staande ovatie en hij deelde het podium met jeugdheld Willem Nijholt.

Bij elke editie van De Indië Monologen presenteerden zich weer andere (min of meer) prominenten uit de wereld van de media, journalistiek en politiek. Allen met een Indische achtergrond, zoals: Adriaan van Dis, Ernst Jansz, Mei Li Vos, Martin Schwab, Reggie Baay, Ricci Scheldwacht, Wieteke van Dort en Ellen Deckwitz. Vaste muzikale kern van de voorstellingen waren Astrid Seriese en gitarist Erwin van Ligten. Na Amsterdam maakte Keppy deel uit van het gezelschap in Amstelveen, Zwolle, Nijmegen en Purmerend.
De Indië Monologen, 2018
VROUWEN IN VERZET
Zoveel jongens en mannen uit Indië hebben in Europa strijd geleverd tegen de Duitsers. Hoe zat het dan met de meisjes en vrouwen? Zouden zij hebben geholpen bij het laten onderduiken van Joodse kinderen en geallieerde vliegers? Bij het vervalsen van documenten, het bezorgen van illegale kranten, of hebben zij zelfs gewapend verzet gepleegd? Het antwoord luidt: jazeker!

Neem Onny Eskes in Den Haag. Haar verloofde Han Gelder, net als zij Indisch, is een van de initiatiefnemers van het georganiseerde studentenverzet. Onny doet koerierswerk: illegale bladen rondbrengen, maar ook het zetsel achter op de fiets vervoeren. En bonkaarten halen voor Joodse families.
Ze post ook voor het bevolkingsregister bij het Vredespaleis in verband met het plan voor een overval die uiteindelijk nooit wordt gepleegd. Over haar oorlogsdaden verklaart ze op latere leeftijd ‘Ik was helemaal niet zo bang voor de dood. Vaak dacht ik: nou dan word ik opgepakt en dan ben ik morgen misschien dood. Wat dan nog?’
Vrouwen in verzet, Tong Tong Fair, maandag 28 mei, 2018
DE PLATENKOFFER VAN MIJN VADER
Via de platenverzameling van hun vaders duiden Patrick Wouters en Herman Keppy – de Surabaya Boys – de grote invloed van de VS op Nederlands-Indië en Indisch Nederland. Ze laten muziek horen, tonen filmpjes en foto’s, vertellen anekdotes en natuurlijk ontbreekt de publieksquiz niet.

Keppy opent de swingkoffer met elpees van Glenn Miller, Frank Sinatra, Peggy Lee, Nat King Cole en anderen. Wouters stoft zijn pa’s countryplaten af: van Jim Reeves, Merle Haggard, Charley Pride en Buck Owens tot een hoop andere cowboys.
Twee speciale gasten zorgen voor muzikale ondersteuning: gitarist René ‘Baas’ Vreede, in Indische kringen vooral bekend als leider van de voormalige Hondo Rockers. En topsaxofonist Jan Vennik die heeft gespeeld met de legendarische Haagse band The Motions en tal van andere artiesten.
De platenkoffer van mijn vader, Tong Tong Fair, zaterdag 4 juni, 2016
EEN INDISCHE SCHUILPLAATS
Voor de Tweede Wereldoorlog woonden er al mensen uit Nederlands-Indië in Nederland. Waar stonden zij toen die oorlog uitbrak? Velen kozen voor verzet tegen de Duitse bezetter. De Indische Mies Walbeehm en de Indonesiërs Tolé Madna, Mima Saïna, Rachmad Koesoemobroto, Slamet Faiman en Marie Reawaruw zetten zich in voor joodse onderduikers. Hun verhaal is lange tijd onderbelicht gebleven.

Lezing door Herman Keppy, journalist en schrijver, die onderzoek doet naar het aandeel van de Indische en Indonesische gemeenschap in het verzet en de strijd tegen de bezetter van Nederland tijdens WOII.
Lezing in het Joods Historisch Museum, 25 januari 2015
CANDY KID
In de reeks interviews over een beslissend jaar in iemands leven trekt deze keer 1962 voorbij. In dat jaar vieren de Indische bandjes hoogtij. Raymond Berghahn moet nog twaalf worden als hij met zijn iets oudere broertje Reggy in 1962 tien singletjes opneemt. Ze komen ook op tv. The Candy Kids zijn even beroemd.

Wanneer ik hem bel, lijkt het alsof Raymond Berghahn (Jakarta, 29 maart 1949) heel lang niet is herinnerd aan de periode dat hij samen met zijn broer in Nederland en Duitsland optrad als The Candy Kids. Ik vertel hem dat ik al jarenlang een promotiefoto bezit van twee Indische jongetjes met rode truien en een gitaar in de hand. En al jarenlang vraag ik me af wat er van die jongetjes is geworden.
Raymond Berghahn lacht: ‘die zijn oud en grijs geworden.’ De vader van vier kinderen woont tegenwoordig in Zeewolde, maar is nog vaak in Amsterdam, de stad waar hij is opgegroeid. Hij komt wel bij me langs om over vroeger te vertellen.
Uit Moesson juni 2012
HOTEL SLOTANIA
Martijn Apituley en Herman Keppy presenteren op donderdag 24 mei tijdens de Tong Tong Fair in Den Haag: Hotel Slotania. Een muzikale talkshow over de Indische (rock)scene in Amsterdam rond 1960. Het evenement wordt hetzelfde jaar in november herhaald in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam.

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw speelden ieder weekend de eerste rockbandjes in de Amsterdamse uitgaanscentra. In de vele café’s op de beruchte Zeedijk bijvoorbeeld. Net als in Den Haag en Rotterdam was de ‘Indische’ inbreng overheersend. En menig bandlid en bezoeker woonde in of vlakbij de nieuwe wijk Slotervaart, waar in Hotel Slotania regelmatig Indische dansfeesten werden gehouden. Met deelname van de lokale helden uiteraard.
Met de rockers van toen wordt teruggekeken op die roerige tijd. Gasten zijn: Johnny Anthonio (The Black Arrows), Raymond Berghahn (The Candy Kids), Raoul de Groen (The Black Arrows), Guus Manuputty (The Rocking Yings), Jonkie Pelupessy (The Rocking Strings), René Vreede (The Hondo Rockers) en Ed Wannee (The Rocking Strings). Hopelijk neemt iemand een gitaar mee.
Muzikale talkshow Hotel Slotania, 24 mei Tong Tong Fair, Den Haag en november Pakhuis De Zwijger, Amsterdam, 2012 en coverstory van Ons Amsterdam
BLAUWE
Tijd voor de blauwe hemel. Ami Emanuel was 31 jaar gezagvoerder bij onze nationale trots, de KLM. Hoewel van 1931 en Indisch, zegt hij in zijn lange leven ‘nimmer het voorrecht gehad te hebben voor blauwe te zijn uitgemaakt.’ Emanuel peinst: ‘Dit terwijl mijn vrouw Irene [ook Indisch – red.] en ik in de jaren vijftig toch vrij veel in het Haagse hebben gestapt. En ik moet bekennen dat zover ik mij kan herinneren ook mijn Indo-vrienden in die jaren deze bejegening niet hebben gekend. Kennis hiervan kreeg ik pas veel later via vertelde ervaringen van Indo’s van mijn generatie in de pers.’

‘Terugkijkend denk ik – in alle bescheidenheid – nooit in de omstandigheden te hebben verkeerd die aanleiding zouden hebben kunnen geven tot het uitgescholden worden voor blauwe. Gedurende het eerste verblijf met mijn ouders in Nederland, van augustus 1946 tot februari 1948 had ik op de hbs in Haarlem nogal wat krediet bij leeftijdgenoten als scorende center-voor van de junioren-A van H.F.C. Haarlem.’
Uit ‘Over de herkomst van het scheldwoord Blauwe’ in Moesson, juni, 2009
HARI KEBANGKITAN
Ter gelegenheid van de viering van de 100ste verjaardag van Hari Kebangkitan (Dag van het Nationaal Ontwaken, 19 mei 1908)) mocht Herman Keppy op 22 mei 2008 een lezing geven in Jakarta. Dat gebeurde in het gebouw van de voormalige School Tot Opleiding Van Indische Artsen (STOVIA), tegenwoordig Museum Kebangkitan Nasional. Onder volgt een kort gedeelte van zijn lezing.

Hanya di sinilah sarangnya di mana nasionalisme Indonesia bisa bangkit, karena orang Jawa, Sunda, Batak, Manado, Ambon dan lainnya bisa bertumbuh menjadi besar sebagai kakak-adik. […] Benih ini berkecambah pada tahun 1908, di Jakarta, tetapi pada waktu yang sama juga di Amsterdam, Nederland. Pada tahun yang sama waktu Boedi Oetomo didirikan di Indonesia, di Nederland lahir Perhimpoenan Indonesia. Sekali lagi pemuda-pemuda dari Sekolah Dokter Djawa yang sekarang belajar di Amsterdam, yang juga turut serta.
Alleen hier was de broedplaats waar het Indonesisch nationalisme kon ontwaken, omdat Orang Jawa, Sunda, Batak, Manado, Ambon en anderen er samen opgroeiden als broers. […] Het zaad ontkiemde in 1908 in Batavia, maar tegelijkertijd ook in Amsterdam, Nederland. Hetzelfde jaar waarin Boedi Oetomo werd opgericht in Indonesia, werd in Nederland Perhimpunan Indonesia geboren. Het waren weer de jongens van de sekolah dokter Jawa die nu in Amsterdam studeerden, die erbij waren.
Lezing ‘Hari Kebangkitan di Amsterdam’, Jakarta, 22 mei 2008
OOM BERT SIMON
‘In de Bersiaptijd ging het hard tegen hard en vraag me niet wie eerder is begonnen, het is het kip of het ei verhaal. […} Omdat de Engelsen het lieten afweten, kwamen de Ambonezen in actie, zij waren de baas in Jakarta. Eerst kwamen de ooms van Infanterie 1 die vanuit Australië in de Pacific hadden gevochten en in Balikpapan en Tarakan waren geland. Stap voor stap gingen ze Jakarta schoonmaken, samen met het Prins Bernhard Bataljon uit Singapore dat ook net was aangekomen. Het was een vreselijke tijd. In de kali Ciliwong, daar dreven de lijken in.

Op een dag kwamen een aantal gevluchte Chinezen binnen met kapwonden. Rampok, verkrachtingen en moord op Chinezen in Tanggerang door zogenaamde pemuda’s. Die ooms van Infanterie 1, aangevuld met jonge jongens zijn op trucks ernaartoe gegaan. Nou, die hebben behoorlijk huisgehouden. Een peloton is achtergebleven en die hebben de jonge Chinezen bewapend om zich te kunnen verdedigen. En die hebben ook weer flink huisgehouden.
Het is moeilijk om te zeggen: die is fout en die is goed, we zijn allemaal een beetje vreemd geweest in die tijd. Maar zeg nou zelf, stel je broer is vermoord en je ontmoet een pelopor, die ga je toch niet aaien?’
Uit: Sepanjang jalan kenangan, Marinjo, december 2005
INDONESISCHE ARTSEN
Precies 100 jaar geleden maakte een wetswijziging het mogelijk dat Indonesische artsen zich in Nederland verder konden bekwamen aan de universiteit. Niet lang na 1904 meldden de eersten zich aan bij de Universiteit van Amsterdam. Tot hun grote verrassing ontdekten die pioniers dat ‘de Hollanders in Holland meer sympathie ons inboezemden, dan zij die in Indië waren.’

Die tekst over de Hollanders in eigen land werd opgetekend in Het Koloniaal Weekblad door de ‘dokter djawa’ en journalist Abdul Rivai (foto). Deze Sumatraan was al in 1899 in Nederland aangekomen met het voornemen aan een universiteit te studeren. Bij de minister van Koloniën, de liberaal J.Th. Cremer, had hij het verzoek ingediend om met vrijstelling van de eerste examens meteen te worden toegelaten tot het theoretisch examen dat vervolgens tot de begeerde titel van Europees arts zou leiden. Begeerd omdat bijvoorbeeld een Europees arts in gouvernementsdienst voor hetzelfde werk ongeveer zes keer meer verdiende dan zijn niet in Europa opgeleide Indonesische collega, de ‘dokter djawa’ of ‘inlands arts’.
Minister Cremer raadpleegde de Indische regering. Die maakte bij monde van gouverneur-generaal Rooseboom ernstige bezwaren. De artstitel zou volgens hem ‘in hoofdzaak gelden [als] eene tegemoetkoming aan de ijdelheid van den Inlander’. Maar de minister zag toch wat in Rivai’s plannen. Hij verzocht het ministerie van Binnenlandse Zaken om de wet aan te passen ten gunste van de Indonesische arts.
Uit Inlandse artsen in het Binnengasthuis, Ons Amsterdam, 2004
SWART BLADSIJE
Vraag: Is Nederland in staat om met ’n selfondersoekende blik na die VOC te kyk nadat die magtige ekonomiese reus die pylers vir die Goue Eeu gelê het ’n tydperk wat tot ’n seldsame hoogtepunt op die kunsgebied gelei het?
Die antwoord is ‘nee’’.

Eerstens toon die feit dat ’n Brit Simon Schama die standaardwerk oor die Goue Eeu geskryf het aan hoe bang Nederlandse historici was (of is) om hul vingers te verbrand. Begryplik miskien, want die betragting van jou eie geskiedenis vind noodwendig deur ’n gekleurde bril plaas. Ten tweede moet Nederland voortdurend rekening hou met die nasate van diegene wat aan die koloniale bewind onderworpe was, iets wat die land lank nie altyd doen nie.
Laasgenoemde blyk nou weer. Nie net sal ’n groep Molukkers in Nederland ’n kongres hou wat die skadukante van die VOC belig nie. Nou het selfs Indonesië aangekondig dat hy nie aan die jubileumviering van die VOC sal deelneem nie. Dr. T. Andi Lolo, kulturele attaché van die Indonesiese ambassade in Den Haag, stel dit so: ‘Gesien die geskiedenis, raak die VOC ’n gevoelige punt by die regering en die volk van Indonesië. Daarom sal die volk en die regering nie aan die feesviering deelneem nie.’
Herman Keppy, vryskutjoernalis van Molukse afkoms, hekel die gejuig in die kringe van politici en sakelui oor die VOC. In Nederland word gepraat oor die VOC-tyd as ’n wit boek met ’n paar swart bladsye, sê hy in ’n onderhoud met Het Parool, maar baie mense in Asië beskou dit as ’n swart boek met wit bladsye.
Die Molukse gemeenskap in Nederland het ’n ingewikkelde maar belangrike geskiedenis in die postkoloniale diskoers. In 1950, ’n paar jaar nadat Nederland aan Indonesië soewereiniteit oorgedra het, het die Molukkers ’n deelstaat van die nuwe republiek tot ’n eie, onafhanklike republiek uitgeroep. Dié afskeiding is egter met militêre mag onderdruk. Baie Molukkers het as bannelinge na Nederland gevlug, van waar hulle hulle vandag nog vir die herstel van hul republiek beywer.
Keppy sê die onbekende geskiedenisse van die oorspronlike bewoners van die kolonies sal op die kongres belig word. Soos die kroniek van ’n plantersfamilie wat op die eiland Banda beland het nadat dit in 1609 onder aanvoering van Jan Pieterszoon Coen ontvolk is. Keppy sê duisende mense is vermoor of het op die vlug geslaan. Daarna was die weg oop vir die Nederlandse planters en hul slawe om vir die VOC kruie en speserye te verbou.
Die joernalis maak ’n belangrike stelling Nederlanders hoef hulle nie noodwendig vir die VOC-geskiedenis te skaam nie. Dit was immers ’n ander tydperk met ander norme en waardes. Sulke genuanseerde invalshoeke het jare lank ontbreek in die gevestigde Nederlandse blik op sy goue geskiedenis.
Gawie Keyser in ‘VOC-geskiedenis vol swart bladsije’ in de Zuidafrikaanse krant Die Burger, 23 maart 2002
MOLUKSE HAAT
In de 16de eeuw al trokken Molukse moslims en christenen tegen elkaar ten strijde. De Pax Neerlandica, de ‘vrede van het graf’, die tot de Tweede Wereldoorlog heerste, werkte een verzoening ook niet in de hand. En die tegenstelling werd nog eens aangescherpt door de economische crisis van vorig jaar.

Op de tweede dag van de ongeregeldheden op Ambon, 20 januari 1999 wordt meteen duidelijk dat de zich ontrollende Molukse tragedie religieus is getint. De Nederlandse ooggetuige Ron Walvis: ‘Ik bevond mij in Latta, waar mijn schoonfamilie woont, vlak langs de weg die rond de Baai van Ambon loopt.
We zaten rustig een kopje thee te drinken toen er van rechts, van de kant van Paso, een enorm lawaai klonk. Er werd geroepen dat er honderden moslims richting Lata kwamen. Paniek, alle vrouwen en kinderen renden naar links, naar de marinebasis van Halong. En de jongens en mannen met hun parang, hun kapmes, naar rechts.
De Volkskrant, 20 maart 1999.
INLANDSCHE SCHEPELINGEN
Kweekschool voor Inlandsche Schepelingen was er boven de poort van het gebouw gebeiteld. Voor het wachthuisje, ‘schildershuisje’, zeggen ze bij de marine, stond een rekruut in de houding, met witte kleding, bamboehoed en geweer.

Ex-bootsman Minggus Manuputty (Gombong, Java, 1915) herinnert het zich nog goed: ‘Tegenover de school was een kazerne van het KNIL. De oompjes daar hadden vaak medelijden met ons, want het geweer was zo zwaar en haast even groot als ons. Wij waren jongens van vijftien, zestien jaar. Veel vrienden van nu ken ik al van de tijd op die school, daarom ben ik met sommigen van hen als broers. Ikzelf was vijftien toen ik naar de Kweekschool ging. Dat was in 1930 en ik was 1.m.42 lang, ongeveer de minimum vereiste lengte.
Het was mijn eigen beslissing om naar de marine te gaan. Je moet bedenken, er was op Ambon weinig keus. In onze tijden waren er maar drie mogelijkheden om hogerop te raken: onderwijzer, dominee of militair. Nu begrijp je pas dat het misschien de politiek van de Hollanders was. Zij wilden nooit iets voor ons of bijvoorbeeld Suriname opbouwen. Wij waren er gewoon om hen te verdedigen of het plaatselijk bestuur terzijde te staan.’
Uit het boek ‘De laatste inlandse schepelingen’, september 1994
OOM PAPILAJA
O, marsosé, marsosé…ééé
Su terlalu marsosé
Hari hari naik gunung
Hantam sadja, marsosé
Satu mati, ganti sepuluh
Su terlalu marsosé

De marechaussee was het keurkorps van het KNIL. Zij was opgericht om Atjeh, een gebied op Sumatra, te pacificeren, maar trad later ook hard op in andere delen van Indië. Rond de eeuwwisseling vochten en sneuvelden veel Molukkers als ‘marsose’. Hoe leefden deze mannen en hun gezinnen?
In Soldatenleven in de Indische wildernis (1930) van de officier J. C. Brasser, lezen we over een zekere Papilaja. Na al die jaren is oom Papilaja hoofdpersoon in een moderme rekonstruktie, die een beeld probeert te geven van het harde soldatenleven van Molukkers in Atjeh.
Uit Keppy’s eerste artikel in Moluks opinieblad Tjengkeh, 1985