Saparua, meisje; Molukse verhalen van vroeger tot nu biedt een frisse blik op de Molukse geschiedenis. Die wordt in Nederland slechts beperkt verteld en, zoals Keppy meent, ‘vaak vol van voor waar aangenomen misvattingen en zelfs leugens die tot cliché zijn geworden. Naar hoe het precies zat, hoe dingen werkelijk zijn gebeurd, talen slechts weinigen.’


In 2008 ontmoette Keppy in Jakarta de kinderarts Dee Tamaela, dochter van dr. L. Tamaela, in 1917 oprichter van de politieke vereniging Jong Ambon. Net als haar vader was ook ‘tante’ Dee op meerdere gebieden actief voor de Molukse gemeenschap in Indonesië. Ze zei: ‘Herman, jij moet de Molukkers in Nederland vertellen over onze geschiedenis.’

Omvang: 272 pagina’s
Met: fotokatern 16 pagina’s
Formaat: 17 x 24 cm
Uitvoering: hardcover
Vormgeving: Ido Harmens (FirmaVorm)
ISBN: 9789083009094
Uitgeverij West, 2023
Uitverkocht

Paperback, 2e druk, ISBN 9789083203850, voor € 22,- te bestellen bij de (web)boekhandel.

Ambonezen hebben het ergst geleden

Dr. Gerrit Siwabessy, die minister van Gezondheid was in het Indonesisch Kabinet, over de roerige tijd in Surabaya in het jaar 1945, geciteerd in Saparua, meisje:

‘Op een dag in september verzamelde zich een aantal jongeren in ons huis in Jalan Billiton 63. Onder hen die ik me nog herinner waren Marthinus Kolibonso, Mathijs Sapija, Mohammad Padang, Egmond Pattinama [net als Sapija een vanwege de muiterij op De Zeven Provinciën ontslagen en veroordeelde marineman], Jo Pasanea, dr. Pattiradjawane, Johan Risakota en anderen. Natuurlijk verschenen ook de goede vrienden uit het MCM-tijdperk [Memadjoekan Cultuur Maluku, een nationalistische Molukse jeugdvereniging in Surabaya], zoals Sam Malessy, Wim Hukom, Saar Sopacua en Reny Siwabessy-Poetiray.
Op die dag besloten we dat de nieuwe organisatie, die we Pemuda Republik Indonesia Maluku (PRIM) noemden, het platform moest worden voor de strijd van de Molukkers in Surabaya, zoals API-Ambon [Angkatan Pemuda Indonesia-Ambon, Indonesische Jeugdstrijdkracht-Ambon] in Jakarta dat was voor de Ambonezen aldaar. Dr. Pattiradjawane en ik werden aangesteld als voorzitters van de PRIM.

Dr. Pattiradjawane woonde eerder in Kediri en was onlangs in 1944 verhuisd naar Surabaya. Hij had groot ontzag voor Japan, sprak vloeiend Japans en kon goed commando’s geven in het Japans. Waarschijnlijk had hij in Kediri een militaire training gekregen van de Japanners. Ik ontmoette hem voor het eerst in het Simpang-ziekenhuis. PRIM-leden waren verplicht de Ambonezen in de stad te beschermen, zodat ze geen slachtoffer zouden worden van de gevechten die zich in Surabaya begonnen uit te breiden. Daarnaast werd een tweede taak het informeren van de Molukse bevolking over de idealen achter het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid. Deze taak nam ik op me, samen met Mathijs Sapija, Marthinus Kolibonso, Mohammad Padang en Sahusilawane.
De PRIM had ook tot taak te voorkomen dat de Ambonese bevolking in Surabaya doelwit zou worden van nationalistische strijders die hen verwarden met de Nederlanders. Naast het geven van voorlichting moesten we ook naar plaatsen waar rellen waren die daar de veiligheid van de Ambonezen bedreigden. Deze beveiligingstaak was de zwaarste.

Marthinus Kolibonso met zijn gezin in 1956

Gelukkig heeft PRIM met BKR en andere strijdgroepen overeenstemming bereikt dat Ambonezen die werden verdacht pro-Nederlands te zijn aan de PRIM werden overgedragen, die de kwestie verder moest afhandelen. Zo konden veel calamiteiten worden voorkomen. [In de praktijk werden Molukkers, of ze nu pro-Nederlands waren of niet, door de PRIM uit gevangenschap ontzet en werden Molukse burgers door gewapende PRIM-leden vanuit oorlogsgebied naar veiliger streken begeleid.] Onze werkzaamheden werden altijd gemeld bij het BKR, dat destijds onder leiding stond van dr. Moestopo.
Ook andere strijdgroepen werden opgericht en ingezet met toestemming van het BKR. Er deden zich sporadisch moeilijkheden voor, vooral toen de Britten begonnen met hun landing. In hun voetspoor volgden de leden van de NICA [Netherlands Indies Civil Administration], de een na de ander.

Daarom wierpen allerlei strijdorganisaties posten op om zichzelf te verdedigen, omdat Indonesië na de proclamatie nu een onafhankelijk en soeverein land was. Ook de PRIM ging die posten bemannen. In die tijd vonden er lokaal al botsingen plaats, maar het was nog niet massaal.
NICA-propaganda verscheen hier en daar ook, en soms gebruikten ze hier Ambonese mensen voor die in de war waren en niet begrepen wat er werkelijk aan de hand was. Daarom intensiveerde PRIM haar voorlichtingscampagnes, om de Molukse bevolking te midden van deze chaos het juiste perspectief te geven op de gebeurtenissen.
Ik beschouwde deze voorlichtingsactiviteit als iets dat mij op het lijf was geschreven. Ik heb voorlichting gegeven in de kampongs Dapuan, Krambangan en Kolongan waar veel Molukkers woonden. Hier stonden de huizen van voormalige Nederlandse ambtenaren of particuliere werknemers, gepensioneerden en anderen van wie het levens- en opleidingsniveau niet erg hoog was. Zij waren het die het meest behoefte hadden aan informatie over de nieuwe ontwikkelingen.

In mijn presentaties voor verschillende groepen langs de kant van de weg probeerde ik hun een nieuw inzicht te geven vanuit de geschiedenis van het Ambonese volk. Ik benadrukte dat het een verkeerde opvatting was te denken dat de Nederlanders de Ambonezen altijd een voorkeursbehandeling hadden gegeven. In tegendeel, Ambonezen hebben het ergst geleden onder de kolonisatie. De beste mensen van de Ambon- en Lease-eilanden werden uit de regio verdreven en gingen in overheids- en particuliere dienst op Java en Sumatra. Zo verloren de Midden-Molukse eilanden hun potentieel om de regio te ontwikkelen. Geleidelijk aan raakte het gebied achterlijk en verpauperd.
Nu, met het uitroepen van een onafhankelijk land, was voor de Molukse bevolking de tijd aangebroken om hun manier van leven te veranderen en samen met andere etnische groepen de banden met de Nederlanders te verbreken. Dit zou de enige manier zijn voor de Molukken om de oude glorie te doen wederkeren.’
Tot zover dr. Gerrit Siwabessy.

Over Saparua, meisje

Adriaan van Dis noemt Saparua, meisje ‘een leuk en verfrissend boek’ dat hij ‘met veel plezier heeft gelezen.’ Over de auteur merkt hij op: ‘Hij rekent af met allerlei mythes en opvattingen die ook in de Molukse gemeenschap leven.’ Van Dis beveelt het boek aan voor ‘wie geïnteresseerd is in de Molukken en een ander licht op de Molukse geschiedenis wil toestaan.’
Podcast Van Dis Ongefilterd, 13 december 2024

‘Het “meisje” uit de titel is Keppy’s kleindochter (3), aan wie hij het boek opdraagt. “Ze is natuurlijk nog te klein voor deze verhalen. Maar ik wil haar andere verhalen vertellen dan die van de hulpeloze Molukker, die alles overkwam.”’
Mies Mikx in De Boomgaard, blad Haagse Bomenbuurt, december 2023

‘In zijn boek Saparua, meisje. Molukse verhalen van vroeger tot nu laat hij zien dat de geschiedenis van de Molukken niet alleen maar een verhaal van slachtoffers is, zoals hier vaak wordt gedacht, maar zeker ook van helden.’
Lucie Galis in Historisch Nieuwsblad, september 2023

‘Het voordeel is dat de goed schrijvende Keppy een schat aan informatie aanbiedt, en meningen. Hij laat zichzelf daarin niet onbetuigd en neemt de lezer mee naar onverwachte plekken en momenten. Wie op zoek is naar verhalen over de geschiedenis van de Molukken en hun bewoners kan aan dit boek zijn hart ophalen.’
Jan-Hendrik Bakker in Den Haag Centraal, donderdag 10 augustus 2023

Waarom wilde u dit boek schrijven?
‘Het Molukse verhaal in Nederland gaat over een tijdelijk verblijf, ontslagen KNIL-militairen en wonen in voormalige concentratiekampen. Het verhaal wordt verteld vanaf 1950, terwijl er veel meer is. Het overgrote deel van de Molukkers woont in Indonesië en slechts 3 procent woont in Nederland. Ik wil andere verhalen laten horen en aan komende generaties meer tonen dan de dociele Molukker die alles overkwam.’

Waarom heeft u voor deze titel gekozen?
‘Vaak wordt Ambon gekozen in de titel, maar de Molukken bestaan uit 1400 eilanden. De familie van mijn vader komt oorspronkelijk van het eiland Saparua. Voor veel Molukkers in Nederland is dat ook hun moedereiland. Historisch gezien kwamen veel mensen die geageerd hebben tegen de Nederlanders van Saparua. Denk bijvoorbeeld aan Pattimura, die een opstand tegen de Nederlanders leidde en het KNIL een grote nederlaag bezorgde.’
Uit interview door Gina Wessels Beljaars voor www.meerdanbabipangang.nl, 5 juni 2023.

‘Hij vindt dat het totale Molukse verhaal in Nederland te eenzijdig wordt belicht. Keppy heeft het allemaal al eens gezegd en gaat in deze uitgave verder de diepte in. Hij doet dat met een soepele pen in een stijl die bij hem past; geestdriftig, betrokken en met kennis van zaken.’
Peter van Riel in Pelita Magazine, juni 2023

‘De auteur ontdekt op reizen door het gebied met 1400 (!) eilanden hoe rijk en fascinerend de geschiedenis van de Molukken in werkelijkheid is. Hij heeft die verzameld in dit boek als “een lastige opa die niemand naar de mond praat als het om de waarheid gaat.” Veel lezers lijken zich daarin te herkennen: de verkoop loopt goed.’
Hans Hemmes in het Algemeen Dagblad, dinsdag 4 juli 2023

‘Saparua meisje. Molukse verhalen van vroeger tot nu is als historisch boek uniek in zijn soort. Door grondig historisch onderzoek te combineren met persoonlijke geschiedenis en sociologische observaties heeft historicus Herman Keppy een prachtig relaas geschreven over de geschiedenis van de Molukkers.’
Wietse de Jonge van Athenaeum Boekhandel (Amsterdam, Haarlem) verkiest het tot Geschiedenisboek van de Maand, juni 2023

‘Prachtig boek! Gisteren het boek van mijn broer gekregen en in 1 ruk uitgelezen en ik denk dat ik em nog een keer ga lezen.
Samangat oom Herman!’
Cabaretier en theatermaker Joshua Timisela, de grappigste Molukker van Nederland