Begin 1933 demonstreren Indonesische schepelingen van de Koninklijke Marine in Soerabaja tegen een onrechtvaardige salariskorting. Ze worden allemaal gevangengezet op Madoera. Op dat moment bevindt het pantserschip De Zeven Provinciën zich bij Sumatra. Uit solidariteit met hun collega’s op Madoera besluiten de Indonesiërs aan boord spontaan om het schip te kapen.

Op 4 februari nemen ze Kapal 7, zoals zij het schip noemen, in handen, zonder iemand een haar te krenken. De gebeurtenis haalt wereldwijd de pers, terwijl in Nederland en Nederlands-Indië grote paniek uitbreekt.

De muiterij wordt op 10 februari gewelddadig beëindigd met het gooien van een bom op het schip vanuit een vliegtuig. Er vallen meerdere doden en gewonden. De overige muiters, Indonesiërs en Nederlanders, worden door het Hoog Militair Gerechtshof veroordeeld met exorbitant hoge gevangenisstraffen.

Aan de hand van krijgsraadverhoren, ooggetuigenverslagen en dagbladreportages vertelt Herman Keppy over de mensen achter de muiters, hun beweegredenen en wat hun daad teweegbracht.

Kapal 7. Marine, matrozen en de muiterij van 1933 is half mei 2026 verschenen. U kunt het boek bestellen bij uw favoriete boekhandel of via het contactformulier op deze website.

Omvang: 288 pagina’s
Met vele foto’s en illustraties
Formaat: 17 x 24 cm
Uitvoering: hardcover
ISBN: 978-90-832038-9-8
Uitgeverij West, 2026
Prijs: € 29,50

De kop eraf in Noordkop
Nadat diverse lokale media erover hadden bericht, was het zaterdag 16 mei volle bak bij de boekpresentatie van Kapal 7 in School 7 in Den Helder. Onder de 75 aanwezigen bevonden zich oud-marinemensen en kinderen van Molukse marinemannen. Maar ook nakomelingen van mannen die omdat zij destijds sympathiseerden met de muiters in de gevangenis belandden. De rest van hun leven bleven zij daarvan last houden bij het zoeken naar emplooi.

Het eerste boek werd uitgereikt aan Rob Picauly, de ijveraar voor het eerste monument (in Den Helder) voor de Molukse marinemannen die 75 jaar geleden voorgoed in Nederland arriveerden. Het tweede boek ging naar de Helderse Historische Vereniging die de middag mogelijk had gemaakt, in de trouwens officieel mooiste bibliotheek van Europa. Daarna vlogen de boeken als de spreekwoordelijke zoete broodjes over de tafel.

Presentatie in prachtige Passage
Voor degenen voor wie Den Helder een brug te ver was, presenteerde Herman zijn nieuwe boek nog eenmaal in de chique Passage in Den Haag op donderdag 28 mei, bij boekhandel De Vries Van Stockum.
Zo’n vijftig gasten luisterden naar zijn lezing en zagen hem het boek uitreiken aan voormalig marineofficier en historicus Ries van Weerd, die heeft meegelezen tijdens het schrijfproces, en aan Fred de Bruin, behulpzaam archivaris bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.


Bij boekhandel de Vries Van Stockum waar het boek ruim voorradig is, werd ook traditioneel een deel van de etalage ingericht. Deze maal met onder meer een originele krant uit 1933 – waarin op de voorpagina gewag wordt gemaakt van het begin van de muiterij – en met een echte matrozenpet en braniekraag.

BOOTSMANSFLUITJE
Samen met de Timorees Paradja is de Minahasser Josias Kolondam Kawilarang een van de leiders van de muiterij. Kawilarang zal op het bootsmansfluitje blazen ten teken dat de actie is begonnen. In Kapal 7 wordt veelvuldig uit zijn getuigenissen geciteerd. Zoals onder over het begin van de muiterij op 4 februari 1933.

‘Ik heb te Kota Radja tot ongeveer 6.30 uur gepassagierd en ben toen in een autobus gestapt naar Oleh-leh, samen met Gosal. In de buurt van een voetbalveld, waar de schepelingen dien middag een wedstrijd hadden gespeeld, zagen wij verscheidene Inlandsche schepelingen loopen, onder meer Paradja, op wiens verzoek de bus stopte, waarna de meeste schepelingen instapten.
Onderweg in een park van Kota Radja reden wij langs een overste van de landmacht. Bij het passeeren riep Paradja tegen dien overste ‘17 procent’, hij moet dat wel hebben gehoord. Later is op voorstel van Paradja in de bus gezongen het lied Indonesia Tanah airku [Indonesië, mijn vaderland]. Allen wisten, waarom wij naar boord teruggingen, want dat hadden Paradja en ik verteld. En met de sloep van 7 uur zijn wij dan ook weer naar boord gegaan.’

Foto: NIMH

Commandant (van De Zeven Provincië) Piet Eikenboom en twaalf andere officieren blijven aan wal om deel te nemen aan het bal dat in de Atjehclub wordt georganiseerd. Ongeveer 60 jannen verpozen zich elders aan wal.
Wachtsofficier machinekamer die avond is luitenant-ter-zee derde klas W. Beets. Maar hij bevindt zich kennelijk niet op zijn post, want hij merkt niet dat het schip stoomklaar wordt gemaakt. Stilletjes heeft de Molukse stoker eerste klas Demianus Tatipikalawan zich laten afzakken in de schoorsteen en stookt met zijn Javaanse vriend, stoker eerste klas Partodihardjo, het vuur alvast op zodat het schip klaar voor vertrek is.

Korporaal Van Haastrecht hoort in de loop van de dag steeds meer geruchten over een aanstaande muiterij. Maar pas als hij gaat passagieren, waarschuwt hij de inspecteur van politie Vermeer. Dat is om ongeveer 19.30 uur.
Drie kwartier later informeert de inspecteur op zijn beurt de assistent-resident van Groot-Atjeh, die, hoewel hij niet in een muiterij gelooft, vervolgens de commandant van de Zeven om 20.45 uur op een wat lacherige toon over het gerucht verwittigt. Eikenboom, hij zal inmiddels misschien het een en ander achterover hebben geslagen, hecht geen geloof aan het bericht. Ook zijn eerste officier Cornelis Meijer voelt zich niet bepaald gealarmeerd. Luitenant-ter-zee eerste klas Meijer verklaart later in een interview, geplaatst op 30 oktober 1933 in het Nieuws van den Dag van Nederlandsch-Indië:

Foto uit nalatenschap matroos Lieuwe Posthuma

‘Het is absoluut niet waar, dat wij als officieren te voren hadden kunnen weten, dat een deel van de bemanning aan het muiten zou slaan. Men moet de mentaliteit der Inlanders kennen, om te weten dat zij in hun eigen taaltje complotten kunnen smeden, terwijl men er als het ware bij staat. En deze gebeurtenis heeft wel duidelijk bewezen, hoe verkeerd het was, steeds meer Inlanders aan boord van oorlogsbodems toe te laten en op te kweeken, op wie men niet kan rekenen. Alles was achteraf beschouwd zoo in het geheim georganiseerd, dat wij er werkelijk niets van wisten en ook zeker niet aan een eventueel uitbreken van ongeregeldheden hadden gedacht, toen wij van boord zijn gegaan.’

Toch stuurt Meijer voor alle zekerheid luitenant-ter-zee derde klas Willem Jacobus Reijnierse, die toevallig naast hem zit, per taxi terug naar de kade om navraag te doen bij de officieren die zich nog wel aan boord van de Zeven bevinden. De jonge luitenant klimt iets voor tienen van de sloep via de staatsietrap aan boord. Hij valt met zijn neus in de boter: hij is nog niet aan boord of Kawilarang blaast op het bootsmansfluitje…

KAPAL 7 IN DE PERS

Hoofdredacteur en historicus Herman Rosenberg schrijft in Den Haag Centraal: ‘Het boek van Keppy gaat over veel meer dan alleen de muiterij. Hij beschrijft met veel oog voor sfeer en details de wereld van de Nederlands-Indische marine. De opleidingen, straffen, voetbalwedstrijden (‘THOR-Zeemacht 7-0’), kroegen, teksten van liederen – een heel koloniaal panorama ontrolt zich.’
Den Haag Centraal, 28 mei 2026

In het radioprogramma Noordkop Actueel vraagt interviewer Cor Busman aan Herman waarom hij onderzoek heeft gedaan naar de muiters van De Zeven Provinciën. Hij antwoordt onder meer: ‘Ik wilde weten hoe het zat en heb alle boeken erover gelezen. Maar in geen van de boeken stond het juiste verhaal: wie het waren, waarom ze het deden, wat hun daad teweegbracht. En ik ontdekte dat ze heel onrechtvaardig zijn behandeld.’
Radio Noordkop246, 15 mei 2026, 13.15 uur

Open afbeelding en lees het hele artikel

‘In zijn boek Kapal 7 geeft Keppy deze mannen eindelijk hun menselijkheid terug. Aan de hand van verhoren, ooggetuigenverslagen en dagbladreportages schetst hij een veelomvattend en gedetailleerd beeld van de mensen achter de muiterij en de enorme schokgolf die hun daad teweegbracht.’
Brian Wijker in het Noord-Hollands Dagblad, 8 mei 2026

‘Niet eerder zijn deze sensationele gebeurtenis, het verloop ervan en de gevolgen zo veelomvattend en gedetailleerd beschreven.’
Het Nieuwsblad Den Helder, 29 april 2026

Advertorial in Indisch tijdschrift Moesson, mei 2026