Indisch Den Haag contra de nazi’s
Tijdens de tentoonstellingsperiode van Indisch Den Haag contra de nazi’s in het Atrium in Den Haag liep een jonge Indonesische vrouw langs die gefascineerd was door een van de foto’s. De foto van een joodse jongen in de armen van de Indonesische vrouw die hem tijdens de oorlog voor de nazi’s verborgen hield.

De jonge vrouw was nog meer verrast toen ze hoorde dat deze kleine jongen van toen nog leefde en vlak naast haar stond. En Alfred Münzer, die voor een kort bezoek uit de VS kwam, vertelde haar zijn verbazingwekkende overlevingsverhaal. Zonder aarzeling omhelsde ze hem onmiddellijk alsof ze zojuist een lang verloren familielid had ontmoet.
Indisch Den Haag contra de nazi’s, Atrium, Den Haag, mei 2022
Katjongs in Colditz
Een zelfgebouwd zweefvliegtuig, verstopt in een postzak of verkleed als officier de deur uitlopen. Militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog als krijgsgevangenen vastzaten in Slot Colditz deden alles om te ontsnappen. In Museum Bronbeek in Arnhem opent morgen een tentoonstelling over de relatief onbekende groep Nederlandse militairen die er vastzaten.

Na de capitulatie van Nederland werd van de ruim 14.000 beroepsmilitairen het erewoord gevraagd. Verklaarden zij niet in verzet te komen tegen de bezetter? Wie tekende, kwam op vrije voeten. Wie weigerde, werd krijgsgevangen gemaakt en belandde in het beruchte Slot Colditz.
Slechts 68 officieren en één stoker van de marine weigerden. Ook opvallend: meer dan de helft van hen waren leden van de KNIL, het koloniale leger uit Nederlands-Indië.

De Molukse schrijver en journalist Herman Keppy dook in het verhaal en verbaasde zich dat het heldenverhaal zo onbekend is. De oudere televisiekijker kent Slot Colditz wellicht van de gelijknamige BBC-serie uit de jaren 70, maar daarin stonden alleen Britse ontsnappingen centraal. ‘Bovendien was het er helemaal niet zo erg als werd voorgeschoteld.’
De vooraanstaande militairen werden er namelijk in de watten gelegd. ‘De Duitsers hadden respect voor de erewoordweigeraars. Ze zouden zelf ook niet hun loyaliteit aan het vaderland opgeven, dus ze waardeerden de Nederlanders wel.’
Uit de aflevering van Met het Oog op Morgen van 14 augustus 2018. Katjongs in Colditz, Museum Bronbeek, Arnhem, 15 augustus – 31 december 2018
Battle of the Java Sea
In 2017 opende een bescheiden, maar internationale tentoonstelling over de ‘Battle of the Java Sea’ in Museum Bahari in Jakarta. Het initiatief ging uit van de defensie attachés van de vier voormalige ABDA landen.

Museum Bahari, het Maritiem Museum, is gevestigd in de oude VOC-loodsen in Sunda Kelapa. Kern van de expositie werd gevormd door een aantal informatieborden met tekst en foto’s. Frank van Gelder, afkomstig uit een KM-familie en reserve-officier van de Mariniers, droeg zorg voor de Nederlandse inbreng en had contact gezocht met Keppy.
Voor alle schepen die deelnamen aan de desastreuze strijd was er een bord, plus één voor Karel Doorman en één voor de ‘Inlandse schepelingen’. Voor de inhoud van dat laatste bord leverde Herman de tekst en foto’s. Helaas ging op 16 januari 2018 het dak van een van de historische gebouwen in vlammen op, inclusief de expositie die zich op de zolder bevond.
Battle of the Java Sea, Museum Bahari, Jakarta, 2017
De helden van ’40/’45
Van 29 mei tot en met 9 juni 2014 vond in Den Haag de traditionele Tong Tong Fair plaats (vroeger Pasar Malam Besar). Naast dat hij er twee lezingen gaf, had Herman in samenwerking met Esther Wils er ook een kleine tentoonstelling neergezet: Indisch Den Haag in Verzet. De helden van ’40/’45.

De tentoonstelling trok veel publiek en een mooi moment was toen Herman en Esther in de trein naar Amsterdam zaten en een kleine jongen tegen zijn ouders hoorden zeggen: ‘Ik heb met Rudy gevlogen.’
Het jochie had geposeerd in de speciaal voor de gelegenheid gemaakte illustratie van Peter van Dongen. Peter had de Indische Engelandvaarder en Spitfirepiloot Rudy Burgwal prachtig vereeuwigd in een vlucht boven Scheveningen. Waar zou dat peperdure paneel zijn gebleven?
De helden van ’40/’45, Tong Tong Fair, 2014
Varen naar Mekka
Op bedevaart naar Mekka: dat is de droom van iedere moslim. In de tentoonstelling ‘Varen naar Mekka – de reis van je leven’ toont het Maritiem Museum in Rotterdam het belang van de Nederlandse scheepvaart voor het vervoer van pelgrims. Herman Keppy was als adviseur betrokken bij de totstandkoming.

In de zeilvaartperiode was de reis naar Mekka nog een zeer gevaarlijke en langdurige onderneming. De komst van het stoomschip leidde tot een enorme toename van het aantal pelgrims Tegenwoordig bezoeken zo’n drie miljoen pelgrims per jaar de Heilige Stad.
De tentoonstelling biedt een grote variatie aan voorwerpen uit museale en particuliere collecties zoals affiches, prenten, poppen, scheepsmodellen, maquettes, navigatie-instrumenten, reisdocumenten, kleding, brieven en attributen die een scheepsarts meenam. Dokter Willem Karel Tehupeiory (1883-1946) was zo’n arts. In brieven aan zijn echtgenote in Holland deed hij verslag van de verschikkingen van de reis die Indonesische gelovigen maakten van en naar Batavia in Nederlands Indië.
Een citaat uit een van zijn brieven: ‘Daar kwam de tweede officier met het bericht dat een vrouw die aan ’t bevallen was, overleden is. Wat is dat verschrikkelijk. Ik begrijp nog niet, waarom die mensen in zo’n toestand reizen en dan zo’n moeilijke reis. Ik ben er even geweest. De vrouw was niet ziek geweest, dus door uitputting kon zij het niet halen. Verschrikkelijk.’
Varen naar Mekka – de reis van je leven, Maritiem Museum, Rotterdam, 23 september 2006 – 4 maart 2007
Varen in Indië
Het Maritiem Museum in Rotterdam lanceerde in 2004 de dat jaar drukbezochte tentoonstelling Varen in Indië. Projectleider Andrea Kieskamp had de hulp ingeroepen van Herman Keppy om het Indonesische aspect van de scheepvaart in Indië te tonen.

Bedoeling van de tentoonstelling was dat de bezoeker zich een beeld kon vormen van de grote verscheidenheid aan schepen en takken van scheepvaart in het voormalige Nederlands-Indië.
Gekozen was voor een thematische benadering. De bezoeker kreeg een indruk van het dagelijks leven aan boord van de schepen in die tijd: het varen in een tropisch gebied, contacten van opvarenden en passagiers met de lokale bevolking, aard van de werkzaamheden in de havens en aan boord van de schepen.
Dieper werd ingegaan op bijvoorbeeld de reis naar Indië van schrijver Louis Couperus, de tocht langs nog ontgonnen eilanden met wetenschapper Anna Weber en het werk en leven van marineman Bertus Latuheru – een bijdrage van Keppy.

Lambertus (Bertus) Latuheru wordt op 16 februari 1911 geboren in Benteng, op het eiland Ambon. Na de Gouvernementsschool gaat hij werken; zijn ouders kunnen een vervolgopleiding niet betalen. Drie maanden voor zijn zestiende verjaardag meren twee opleidingsschepen van de Koninklijke Marine aan in Gudung Aram, de haven van Ambon: de Mataram en de Koetei. Met nog tien anderen wordt Latuheru goedgekeurd voor de Kweekschool voor Inlandse Schepelingen (KIS) in Makassar. Samen met achttien net geworven KNIL-soldaten lopen ze naar de haven – met een muziekkorps voorop. In december 1926 begint Latuheru met zijn opleiding, die een jaar duurt.
Varen in Indië, Maritiem Museum, Rotterdam, 18 juni – 11 november 2004
De zee op
Een kleine doch fijne tentoonstelling De zee op/Beta berlajar djauh opende de deuren op 1 oktober 1994 in het Moluks Historisch Museum/Museum Maluku. Daarin werd de geschiedenis getoond van de Molukkers die dienden in de Koninklijke Marine aan de hand van foto’s, uniformen en voorwerpen, zoals een scheepsbel en een maquette van een marineschip.

Een en ander de vrucht van bezoeken die Keppy had afgelegd bij ex-marinemannen en hun gezinnen door heel Nederland. Tijdens de duur van de tentoonstelling verscheen het boek De laatste inlandse schepelingen, waarin de bewogen geschiedenis van deze marinemensen uitgebreider wordt verteld.
De zee op/Beta berlajar djauh, Moluks Historisch Museum, Utrecht
1 oktober 1994 – 24 april 1995